Auteur Archief: idew

Segovia Carrier

 

_mg_0049_2

De stuurhut, 24 uur per dag welkom.

 

 

_mg_0019_3

Nooit geweten dat de oceaan echt zo blauw is.

 

 

 

_mg_0030_1 Zonsondergang op het voordek.

 

 

 

 

 

 

_mg_0064

Zonsopgang vanaf de brug.

 

 

 

 

 

 

 

 

De_kapitein

Ons aller kapitein bezig met de voorbereiding van de BBQ.

 

 

 

 

 

 

 

_mg_0081

Tijdens de Barbeque.

 

 

 

 

 

 

 

_mg_0165

Ja, die mannen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondergaande_zon_1 Alweer een zonsondergang, zo mooi.

 

 

 

 

 

 

 

 

_mg_0252

Zonsondergang bij donker weer.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voordek2

Drie! walvissen gespot.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_mg_0344De Azoren voorbij, Hollands weer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

september 11, 2007
By on 17:06
de Eindsprint

Utrecht,  september 2007
Al weer even thuis, maar de terugreis met de boot hoort zo bij de reis dat we er alsnog verslag van doen. Op het schip was geen internetverbinding dus vandaaruit konden we de weblog niet bijwerken.

Aan boord van de Segovia Carrier
Vrijdag 3 augstus was het zover, we werden verwacht aan boord van de Segovia Carrier, een vessel, een vrachtboot, speciaal gebouwd voor het vervoer van fruit. in dit geval bananen en overheerlijke ananassen. ‘Delmonte’ staat er dan ook groot op de pijp. Het schip is 30 jaar oud en 170 meter lang. De reis was van te voren geboekt bij Cargoshipcruises, IJmuiden. Wij hadden bedacht dat het terugvaren een goede manier was om van de fietsreis af te kicken. Zo pakte het niet helelemaal uit, het vertoeven op zo’n schip was weer dermate boeiend dat het een reis op zich werd.
Bij aankomst verwelkomd door de steward Alexander ofwel Sacha, en ons werd de hut getoond. Nou, zo’n luxe hotel hadden we hele vakantie nauwelijks gehad. De bemanning was Russisch sprekend. Uit verschillende landen: Belarus, Oekraïne, Lithouwen, Letland, Russische Federatie. 29 bemanningsleden allemaal mannen en twee  passagiers, wij dus.
Een impressie:
* wij hebben 14 dagen aan boord doorgebracht
* veel blauw: oceaan en lucht
* uiterst vriendelijke mannen, bij het verlegene af
* Heel veel over de oceaan uitgekeken
* prachtige luchten, zonsop- en zonsondergangen
* vliegende vissen, dolfijnen en walvissen gespot
* varen met zo’n 19 knopen, dat is ongeveer 35 km  per uur, dag en nacht door
* werktijden bemanning in de stuurhut, de stuurmannen: 4 uur op 8 uur af
* om de twee dagen ging de klok een uur vooruit.
* er werd dagelijk vers water in het zwembad(je) gepompt uit een diepte van 9 meter en dat was tot aan de Azoren nog lekker warm.
* wij waren 24 uur per dag welkom in de stuurhut
* maar het werken aan boord gaat altijd voor
* eten op tijden van de bemanning: 7.30, 11.30, 15.30 en 19.00 uur

Puerto Viejo de Sarapiqui, Costa Rica, 26.07.07.

We zijn echt aan de terugreis bezig en op dit moment weer teruggekeerd in Puerto Viejo waar we al eerder zijn geweest.

We hebben inmiddels van de kapitein van het schip dat ons straks naar Nederland brengt, de Segovia Carrier,  bericht gekregen dat de boot op schema vaart en dat wij 3 augustus worden verwacht in Moin. Dit betekent dat we de zestiende of de zeventiende weer in Nederland zullen zijn.

Eergisteren zijn we vanuit San Carlos in Nicaragua de grens overgestoken naar Los Chiles in Noord Costa Rica. Het was een feestje! Zo dramatisch en beroerd de grensovergang tussen de beide landen is in La Cruz-Rivas (zie een eerder verslag), zo genoeglijk is deze. De vriendelijke Nica-ambtenaren stempelen wat in je paspoort en innen je uitreisdollars. En dan: Oh ja, nog vergeten wat lekkers en water voor onderweg te kopen. Geen probleem, ga nog maar even de stad in om te halen. Vervolgens stap je met alle gegadigden, zo’n veertig, in een bootje en maakt een prachtige tocht van anderhalf uur over de Rio Frio, vol met watervogels, krokodillen en ander levend gebroedsel. De aankomst in Los Chiles is even plezierig. De fiets moeten met een spuit ontsmet worden maar verder is het allemaal even gemoedelijk.  We reizen samen met een dove Ierse jongen, Stephan, we hadden hem al eerder ontmoet op het bootje vanaf de Islas Solentiname terug naar San Carlos. Ineke heeft contact met hem en hij vertelt hoe het is om als dove alleen te reizen. Hij reist veel, vertelt ons daarover. Iedere keer zien we weer gefascineerd hoe hij zijn zaakjes regelt. Hij kent wat Spaans, doet heel veel nonverbaal en verder schrijft en tekent hij zijn wensen op briefjes. We lezen inmiddels op zijn weblog dat hij de volgende dag een deel van zijn bagage in de bus heeft laten liggen, daarmee onder andere alle vakantieherinneringen, foto-opslag, opschrijfboekje kwijt, wat verschrikkelijk!

In Los Chiles maken we onder andere kennis met verschillende Nederlandse bedrijven die hier houtplantages hebben, teakbomen kweken voor gecertificeerd hardhout. Het beste hotel in Los Chiles wordt geexploiteerd door Ecodirect. Er is voor ons geen plaats, het hotel zit vol met een groep die beleggingen heeft lopen bij dit bedrijf en op uitnodiging een tour maakt. We zoeken de website op, ziet er niet gek uit, met veel waardering van allerlei autoriteiten voor wat wordt gepresteerd. En de rendementen zijn hoog. Dit bedrijf heeft zo´n veertien plantages in Noord Costa Rica. Misschien een suggestie voor deze of gene die nog een belegginsmogelijkheid zoekt? Ons hotelletje pakt wat minder plezierig uit. De eerste aanblik is leuk, royaal van opzet en met behoorlijke voorzieningen. Totdat we constateren dat er toch wel erg veel reuzemieren rondlopen. En als we een lade ergens opentrekken, ja dat ben je toch wel een beetje verbaasd dat dit kan: Een compleet mierennest met talloze krioelende larven. Onze eigenaar reageert laconiek en duwt ons een spuitbus in de hand maar daarmee nemen we geen genoegen. Ook al is het laat en wil hij naar bed, hij zal toch zelf enige actie moeten ondernemen. Na wat gepruttel gebeurt dat gelukkig ook.

Ja en dan zijn we nu dus weer terug in Costa Rica. Met wat gemengde gevoelens. Er is weer van alles te krijgen, vooral heerlijke batidos en daar waren we wel heel erg aan toe. En we hebben weer betrouwbare stroom. Ook prettig. Maar ja, het is ook weer Costa Rica. Costa Ricanen die hun pas verworven rijkdom uitbuiten. En dat niet altijd op een even plezierige manier doen. En auto´s die hard en gevaarlijk rijden, weinig consideratie met fietsers. Vooral die turismo-busjes waar al die ´toertjesgasten´ in zitten, maken het soms bont. Overigens vandaag nog in de krant gelezen: Zo´n busje vol vakantiegangers tegen een trein geknald. Oorzaak: De chauffeur had de trein niet gezien omdat ie zat te bellen. Buschauffeurs die een groot deel van de reis met hun mobiel aan hun oor zitten, het is hier aan de orde van de dag.

Vanuit Los Chiles stappen we weer op de fiets. Even wennen, al een tijd geleden dat we gefietst hebben maar we hebben er zin in. De eerste zeventig kilometer van de beloofde vlakke weg blijkt een weg vol venijnige heuvels, gelukkig niet al te hoog en al te lang maar wel steil bij tijden en heet en de kuiten moeten nog weer wennen. Het plezier is dan ook niet altijd even groot maar we fietsen stevig door. Maar dan die laatste dertig kilometer. We beginnen aan een traject van ongeveer twintig kilometer vals plat (en niet iets meer) naar boven. En de energie was al bijna op. En dan, tien kilometer voor het beoogde einddoel, als we even pipas (cocosmelk) drinken, nog een verrassing. De verkoper vraagt waar we heen gaan. Oei, oei, is zijn reactie, dat is steil! Dus we weten gelijk waar we aan toe zijn. Maar we moeten, dus we gaan, ook al hebben we er al meer dan 90 stevige kilometers opzitten. En natuurlijk redden we het. En als je dan boven bent en je hebt een fantastische hospedaje gevonden met een heel lieve mevrouw, ja, dan is alles weer goed. Ja, die mevrouw, ze draagt voortdurend koffie aan, ook nog de volgende morgen als we om zes uur voor vertrek ons brood zitten te eten. En ze wil er allemaal niets voor hebben, vindt het alleen maar leuk om te doen. En dus worden onze beelden over de Tico´s even behoorlijk op zijn kop gezet. Mevrouw legt ons uit dat het hierboven altijd heerlijk koel is en we realiseren ons nu pas dat we op behoorlijke hoogte zitten, zoveel hebben we dus geklommen. Maar niemand hier weet precies hoe hoog.

Vandaag het aansluitende traject gedaan naar Puerto Viejo, niet zo ver, een kilometer of zestig. We hadden nog het nodige ongemak van gisteren in de benen. Dus Frans ging niet met heel groot plezier de volgende hellingen op, maar uiteindelijk bereiken we dan toch het hoogste punt van deze tocht en vervolgens als een speer naar beneden en aansluitend helemaal vlak, heerlijk, heerlijk vlak, wat een zegen! En Puerto Viejo is bekend, zelfde hotel, zelfde kamer, zelfde eettent waar ze nu helaas géén sandwicht de pollo hadden.

En zo dadelijk gaan we weer bellen. Dat doen we al dagen. Om in kontakt te komen met onze vriend Miguel die voor ons de schommelstoelen zou maken waarvan we er al één in het voor hebben betaald. Miguel heeft geen telefoon maar had ons drie telefoonnummers doorgegeven, van een buurvrouw, van een nicht, elders in het land en van een vriendin die ook elders woont. Hij blijkt verhuisd dus de buurvrouw kan ons niet helpen, weet niet waar hij heen is. De nicht heeft al tijden niet van hem gehoord terwijl ie anders regelmatig belt. Alleen de vriendin lijkt wat houvast te bieden. Eerst kent ze hem niet maar na wat doorvragen blijkt dat ze hem wel kent maar niet onmiddellijk dat aan een onbekende over de telefoon wil laten weten. Ze wist niet dat ie verhuisd was, maar ze zou het uitzoeken, zei ze een week geleden. Eergisteren kwam ze met een nieuw telefoonnummer aanzetten van de nieuwe buurman. Maar dat nummer blijkt niet te kloppen. We gaan haar straks weer bellen. En wie wil weten hoe dit af gaat lopen en of wij ooit nog onze schommelstoelen gaan krijgen, ja, die zal toch nog een aantal dagen deze weblog moeten blijven bijlezen……..!

En we weten het weer helemaal, we zijn weer in Puerto Rico, smalle, idioot drukke wegen en chauffeurs die er een duivels genoegen in scheppen om fietsers naar de klote te helpen. Het gaat een aantal keren maar weer net goed. Maar gelukkig, morgen stoppen we er mee. En dan zijn we echt, echt helemaal uitgefietst!!
En dan nog even dit:
Wat is Costa Rica?
Costa Rica is: Je wilt wat Euro´s wisselen en gaat dus naar een bank. En als je dan alle veiligheidsrituelen hebt doorlopen en je bent door de sluisjes binnengekomen en je vraagt waar je je Euro´s kunt wisselen, dan krijg je te horen dat deze bank geen Euro´s wisselt, alleen maar dollars. En dan heb je het dus weer helemaal gehad met Costa Rica.
Costa Rica is: Op een busreisje van ruim zestig kilometer drie keer op je kaartje gecontroleerd worden.
Costa Rica is: Veel te veel mannen met grote metalen kettingen en donkere brillen op het hoofd. Veel te veel racende auto´s met ronkende uitlaten
Costa Rica is: Als je een internetcafé uit wilt lopen en je doet dus de deur open , er drie jongens zich om je heen persen om toch nog voor je naar buiten te kunnen stappen. Zonder je aan te kijken, zonder boe of ba. Maar wel heel erg bah!

Puerto Limón, 29 juli 2007
We zijn er, onze voorlopige eindbestemming. Na een laatste kort fietstraject, eergisteren en een slottraject met de bus omdat het verkeer al te gevaarlijk is geworden. We zitten weer in ons simpele hotelletje King aan een van de hoofdstraten van de stad. Het hotelletje ligt op de eerste verdieping en heeft een breed balkon langs deze straat waar we graag en veel zitten. We observeren het straatleven en de veranderingen die zich na zes uur, als het donker wordt, voordoen. Geleidelijk aan verdwijnen de voetgangers. De straat wordt overgenomen door al die mensen uit deze stad die door de onderkant van de samenleving zijn gezakt. En dat zijn er enorm veel. We tellen in korte tijd alleen al vóór het hotel een stuk of vijftien (voornamelijk) mannen die helemaal van de wereld los zijn. Ze lopen doelloos heen en weer, van de ene plek naar de andere, ondertussen in zichzelf pratend, zo nu en dan mensen aansprekend, vreemde gebaren makend. Volledig versjofeld wat kleding betreft, meestal op blote voeten. Veel drugs- en psychiatrische problematiek. En daar tussendoor zwerven tientallen andere mensen die ook volledig verpauperd zijn. Vaak de zwarte mensen, van Afro-Caribische achtergrond. Maar ook veel ouderen. Op zoek naar een hap eten, wroetend in het afval dat ´s avonds overal op straat ligt. Hangend rond de eethuisjes om alle etensresten en elk restantje frisdrank of bier weg te grissen. Het voelt wat genant om er vanuit je eigen hotelbalkon zo op neer te kijken. Tussendoor rijden auto´s of beweegt zich nog een wat verlaat groepje mensen. Het zijn gescheiden werelden. Al hoewel veel passanten de zwervers iets toeschuiven. Bij ons is Ineke van de bedeling. Als we door de stad lopen reikt ze zo nu en dan een zakje met spullen uit, spullen die we niet meer nodig hebben en niet mee terug hoeven te nemen. En zo nu en dan wordt ook ons overgebleven eten doorgeschoven naar een meneer of mevrouw uit dit zwerversleger. Als je klaar bent met je maaltijd komen de mensen gewoon naast je staan en vragen in de regel op een heel plezierige manier of ze de restjes mogen hebben. Soms heb je leuke ervaringen met wat je weggeeft, zoals vandaag toen Ineke door één van de zwervers werd staande gehouden. De man lacht breeduit en showt vol trots het t-shirt van Frans dat ze hem de vorige dag heeft gegeven. Het staat hem prima, hoewel het al weer knap smerig is. Hij bedankt opnieuw uitbundig en zegt er heel blij mee te zijn. En ons hart klopt vol trots over deze geslaagde daad van naastenliefde. We vragen ons af waar toch dat enorme leger zwervers en verpauperden hier in Costa Rica vandaan komt. We zien er veel meer dan in andere landen terwijl Costa Rica toch een welvarend land is. We vermoeden dat het komt omdat er geen sociale opvang en steun wordt geboden door de overheid omdat dit altijd een familieverantwoordelijkheid is geweest zoals in alle andere latijnsamerikaanse landen. Terwijl mogelijk tegelijkertijd door de recente veranderingen in het land in de afgelopen jaren de mensen veel meer naar westers model voor zichzelf zijn gaan leven. Ze willen zich steeds minder verantwoordelijk voelen voor armlastige familieleden. Het oude model van opvang door familie functioneert minder en er is (nog) geen nieuw model voor in de plaats gekomen van een overheid die deze verantwoordelijkheid overneemt.

En dan nu de volgende aflevering van onze eigen soap: ´de schommel stoelen story´.
Gisteren hebben we Miguel gevonden, ja werkelijk! Uiteindelijk bleek het laatste telefoonnummer dat we van die vriendin hadden gehad toch te kloppen. Er waren echter misverstanden. Wij hadden begrepen dat het een telefoonnummer zou zijn van zijn nieuwe woonadres. Achteraf bleek dat het een nummer was van een adres waar Miguel aan het werk is. Gelukkig, hij is dus toch betrouwbaar. Alle argwaan waar we ondertussen natuurlijk mee zitten lijkt dus onterecht. Wij zijn dus weer naar Bri Bri gegaan, een busreis van ruim zestig kilometer die echter twee uur duurt. Hier woont en werkt hij en ja hoor, min of meer keurig op tijd komt Miguel aanlopen. Enthousiaste begroeting. "Wil je wat drinken Miguel?" "Neen dank je, nu maar even niet". En dan: "Ik heb een slecht bericht voor jullie: De schommelstoelen die ik voor jullie heb gemaakt zijn twee dagen geleden gestolen uit het huis van een vriend waar ik ze voor de zekerheid had opgeslagen". Pats!! Alle argwaan die net een beetje was opgelost, is weer terug. Daar zit je dan met je goeie gedrag en je welkomslach nog bevroren op het gezicht. Het is altijd hetzelfde met die mensen. Je kunt nooit ergens op rekenen. Ondertussen doet Miguel zijn uiterste best om uit te leggen wat er gebeurd zou zijn. En dat hij natuurlijk het betaalde geld aan ons terug wil betalen want "ik ben echt betrouwbaar, al zullen jullie me vast niet geloven". Maar ja, hij moet het geld natuurlijk sparen en wil het ons dus later opsturen. Hij komt daartoe met Western Union op de proppen. Maar wij willen daar nog niet onmiddellijk aan. Zijn nog druk bezig om te bedenken wat we hier nu weer van moeten vinden. Al nadenkend komen we met een ander voorstel: "Kun je geen andere stoelen maken want we gaan vrijdag pas terug naar Nederland". Het gezicht van Miguel klaart oprecht op. Hij had gedacht dat we nu al weg zouden moeten. Hij slaat aan het calculeren van benodigde werkdagen en zegt dat dit moet lukken als hij iemand kan vinden die hem wat wil helpen. Wij geven ons nog niet meteen gewonnen en vragen hem hoe hij het aan wil pakken, waar of hij ze wil maken en of hij geen andere verplichtingen heeft de komende dagen. Hij ziet voor alles een oplossing, weet een prima werkplaats bij een technische school waar hij ze kan maken en neemt ons mee om deze aan ons te tonen. Onderweg komen we iemand tegen die hij kent en aan wie hij ook gewoon vertelt dat hij voor ons een klus gaat doen. Nou ja, dus toch weer een beetje vertrouwen in Miguel. Hij bezweert dat ze donderdag klaar zullen zijn en dat we ze dus dan nog mee kunnen nemen naar Moin vanwaar ons schip vrijdag vertrekt. We gaan akkoord maar hebben gezegd dat we woensdag al naar Bri Bri komen om te kijken hoe een en ander vordert, misschien een handje te helpen, en om wat foto´s te maken.
En dus volgt Woensdag de ontknoping: Krijgen Ineke en Frans hun schommelstoelen nu wel of niet…? Lees donderdag dus verder.

Moin, 2 augustus 2007-08-02
Dit is de laatste aflevering van ons vier-maanden-lange verslag!

Sinds afgelopen dinsdag verblijven we in het dorpje-met-grote-haven Moin, een kilometer of tien ten noorden van Puerto Limón, een wat curieus dorpje. Het bestaat uit wat huisje van AfroCaribische locals, wat hotelletjes en verder, gelegen aan een pad langs de zee, een rij enorme huizen van – vermoedelijk – amerikaanse expats. De huizen worden omringd door hoge muren of hekken met daar bovenop rollen messcherp draad dat ´s nachts onder stroom wordt gezet. Ze worden afgesloten met enorme electrische bedienbare schuifhekken, bedekt met stalen platen zodat geen inkijk mogelijk is. Overal enorme schijnwerpers. Er lopen enorme honden rond. Aan één van de heren-bewoners die buiten rondloopt vragen we waarom al deze bewaking nodig is. Zijn antwoord: ´You never know¨.  En zo is het maar net in dit leven.

En dan nu de laatste aflevering en ontknoping van onze eigen Schommel Stoelen Story. De afgelopen woensdag zijn we, conform afspraak, weer terug gegaan naar Bri Bri om hier Miguel te ontmoeten in de werkplaats van het Colegio, de escuela vocacional. We hebben gegokt en verloren; geen abuelito´s voor deze ouderen. Geen schommelstoelen dus. Het koste wel even moeite om dit te verwerken. We moesten stevig slikken en afkicken. We hadden flink geinvesteerd in dit project, in tijd maar ook in aandacht. Eigenlijk hadden we het kunnen weten want zo gaat het vaak in deze landen en we hebben er natuurlijk alle ervaring mee. Maar ja, je wilt graag en dus kweek je je vertrouwen weer op en gokt. Ook omdat Miguel en aardige man is, heel plezierig om mee te praten en met een enorme kennis van flora en fauna en van de geschiedenis van zijn land Nicaragua en van Costa Rica. En we hadden afgelopen zaterdag nog tegen hem gezegd: ´Weet je zeker dat dit gaat lukken? Want jij weet net als wij dat hier vaak een belofte niet kan worden nagekomen´. Maar hij stelde erg overtuigd dat hij zijn toezegging zou waarmaken. Maar nee dus, zo blijkt nu. We ontmoeten Miguel bij de busterminal. Hij is keurig ook naar Bri Bri gekomen om ons te ontmoeten en de jammere boodschap mee te delen. Erg in hem te waarderen. Zijn uitleg: Hij kon niet in de werkplaats van de school terecht. De man die die werkplaats beheert en die hij goed kent, bleek in het ziekenhuis te liggen met dengue. Er was iemand anders die voor hem waarnam, iemand die Miguel niet kende. Deze man wilde de machines niet uitlenen. Op zich ook begrijpelijk. Plausibele verklaring. En we zijn ook wel geneigd om Miguel te geloven. Hij begint opnieuw over terugbetalen van het voorschot maar wij houden liever de eer aan onszelf. En zo kunnen wij zonder schommelstoelen en dus met aanmerkelijk beter transporteerbare bagage terug naar Nederland. En weer met een nieuwe ervaring waarvan we veel kunnen leren.
We hebben nu nog weer een dag over en besluiten nog even naar Cohuita, naar het strand, te gaan, Cohuita ligt dichtbij Bri Bri, we waren er al eerder toen we uit Panama kwamen.  We brachten er gisteren de laatste uren van de middag, toen de ergste hitte voorbij was, aan het strand door, goed om even de kater kwijt te raken.
En wat zien we, als we vlak voor de duisternis invalt, vanaf het strand naar boven kijken, naar de bomenrij die de rand van het oerwoud markeert? Twee kongo apen, van die brullerds. De één kennelijk een mannetje en de ander een vrouwtje. Hij klimt naar haar toe en ze slaan met verve aan het paren. Krachtige ritmische halen. Deze affaire duurt ruim een minuut. Het is een stoer gezicht. Het geeft de burger moed. En na afloop gaan beiden tevreden huns weegs. En wij ook, op weg naar huis. Morgen op de boot. Tot ziens in Nederland!

Ineke en Frans

juli 26, 2007
By on 01:10
costa rica verslag

Costarica_area_4

Cahuita,  11 juni 2007
Vandaag is het maandag. Afgelopen zaterdag zijn we met de boot vertrokken uit Bocas del Toro en hebben een mooie tocht gemaakt over zee en over een kanaal door het oerwoud, indertijd aangelegd voor het transport van bananen. Veel vogels langs de kant en heel veel waterplanten. Tegelijk veel indianenhuishoudens, houten huizen op palen langs de oever, alleen per boot te bereiken.
Daarna nog een klein stukje fietsen lang de Chiquita-bananenplantages. De trossen worden goed verzorgd en ter plekke in kartonnen dozen gedaan, dan in de container/koelauto en zo het schip op voor transport naar Europa, mogelijk hetzelfde schip waarmee wij straks terug gaan. Want ook dat is een bananenboot.

We fietsen verder naar de grensovergang bij Sixiola. Een zeer rustige grensovergang met zeer aardige douanebeambten. De rivier is hier de grens en wij moeten dus over een brug  om in Costa Rica te komen. Een oude spoorbrug, een paar honderd meter lang, belegd met zware planken aan weerszijden van de spoorrails. Iedereen wandelt er rustig overheen. En zo nu en dan een gigantische vrachtwagen, past precies in de breedte. Echter niet meer dan één tegelijk want anders houdt deze brug het niet. .


Wij hadden maar bedacht naar Bribri te gaan, een kilometer of dertig Costa Rica in. Een eventuele andere optie leek erg toeristisch. Bribri, meer authentiek, is het centrum van een aantal indianen-gemeenschappen die er rondom in de binnenlanden liggen. We konden slapen bij een afdeling van het Rode Kruis, die ook cabinas verhuurt om de kas wat te spekken. Het Cruz Rojo heeft hier tegelijk een ambulance-functie, dus anders dan wij gewend zijn. Ze hadden een bar/restaurant gebouwd, ook al voor de extra inkomsten. Erg fijn voor ons want ze kookten heerlijk.

Al even geleden fantaseerden we over de aanschaf van schommelstoelen, hier in Costa Rica abuelita´s (omaatjes) genoemd. We zien ons al zitten op het terras met een hapje en een drankje. Je doet hier genoeg ideeën op om je het leven aangenaam te maken. Maar één van de problemen is waar haal je ze vandaan en hoe vervoer je ze. Dat laatste is makkelijk te regelen omdat we met de boot teruggaan. Maar hoe vind je iemand die een paar behoorlijke stoelen voor je maken kan, geen rommel uit de souvenirwinkel? ‘s Avonds aan de bar van het Cruz Rojo een jongen uit Nicaragua ontmoet en het is opvallend hoe hij lijkt op onze oude maat Sjon! Zelfde tiep, zelfde uiterlijk. Het klikt erg goed. Miquel kan heel veel vertellen over zijn land en onze route daarnaartoe. En dat is heerlijk en… hij is ook nog meubelmaker. En dus leggen we hem het probleem van de schommelstoelen voor. Hij wil ze natuurlijk voor ons maken. Wij komen hier terug over 7 weken, Bribri ligt vlakbij de havenplaats waarvandaan wij dan vertrekken. Hij maakt ze in 4 delen, handzaam formaat. Wij kunnen ze dan thuis in elkaar zetten! Erg leuk. Jut en Jul straks weer aan de freubel.

_mg_0020

De volgende dag samen met Miquel naar een Indianendorp hoger in het oerwoud gegaan. Alleen het ritje er naartoe is al bijzonder. Je reist over de zeer hobbelige weg dwars door het regenwoud. Een river oversteken per bootje en dan weer de volgende bus, alles bij elkaar een tochtje van een uur of drie.

We hebben er rondgewandeld en het meest bijzondere was eigenlijk dat het niet bijzonder was. Hoe je dan toch zit met je eigen beelden: een indianendorp! Maar het waren gewoon prachtige houten huizen met tuinen en veel fruitbomen, veel bloemen. Heel rustig, dat wel. Nog even iets gedronken bij het enige restaurantje met een erg leuke praatgrage mevrouw die ook weer veel vertelde over het dorp en de problemen die zich voordoen. O.a. dat de artsenpost alleen overdag bezet is, de dokter komt ‘sochtends en vertrekt ‘s avonds. Dus als er ‘s nachts iets gebeurt is er wel een probleem. Ook veel alcoholproblematiek bij de mannen zo vertelde ze, maar dat wisten we al, want je ziet veel dronken indianenmannen, vooral op zondag. Deze mensen zijn erg introvert, als ze beginnen te drinken weten ze van geen ophouden en vaak hebben ze een kwade dronk over zich. Veel mishandeling van vrouwen en ook van kinderen.

Onze eerste ervaringen met Costa Rica: We constateren dat de overgang van Panamá naar Costa Rica voor ons beduidend minder ingrijpend is dan van Cuba naar Panamá, daar hebben we wel een paar dagen over gedaan. Maar dat had, achteraf gezien ook erg met de hectiek in Panamácity te maken. Dit gaat soepel. Costa Rica lijkt op het eerste gezicht wel anders dan Panamá, maar niet ingrijpend.

Puerto Limón, 13 juni 2007
Gisteren hebben we vanuit Cahuita een dag gehiked. Dat wil zeggen, een wandeltocht van 8 km heen en 8 km terug gelopen door het oerwoud dat weer strak aan de zee grenst. Er zou van alles te zien zijn zo werd ons gezegd door de mevrouw bij de ingang. Nou weten we inmiddels wel dat wat er zoal leeft en dat wat wij te zien krijgen toch een ander verhaal is dus we dachten: we zien wel, alleen zo’n wandelingetje is al leuk. En we gaan ook niet met een gids want dat leidt ook weer zo af van je eigen dingen en zelf ontdekken is ook weer veel leuker dan alles aangewezen te krijgen en dan zo’n oenig gevoel overhouden. Bovendien kost dat veel geld en Costa Rica is niet het goedkoopste land van de reis. Het pakte goed uit. Nu hebben we al regelmatig het gevoel alsof we in Burger’s Zoo vertoeven met al die luidkwetterende gekleurde vogels en prachtige vlinders, kompleet met palmen en bloeiende bomen en bloemen.

_mg_0049_1

Maar wanneer je zo wandelt met overal op de achtergrond het angstaanjagende gebrul van brulapen en je ziet verschillende soorten apen in de bomen waarvan één met jong, en verder een wasbeerachtig dier, een luiaard, leguanen en een knalgele slang aan een boom, dan is dat toch wel ook weer heel bijzonder. Kortom, wederom een geslaagde dag. Vaak zeggen we tegen elkaar: kijk, dat hebben wij weer! En dan zijn we zeer tevreden over wat zich aandient en wat wij ervan meekrijgen.

Inmiddels zijn we in Puerto Limón beland. Alweer een mooie fietstocht, deels langs de zee. Het weer hier aan de Caribische kust is tot op heden prima voor ons. Wél schijnt het hier uitzonderlijk heet te zijn. Tegelijk is het ook regenseizoen. En het regent soms dus ook gigantisch, maar gelukkig vooral ‘s nachts en ´s middags. Voor ons is dat prima. Op onze fietsdagen staan we heel vroeg op en het liefst zitten we om uiterlijk 7.00 uur op de fiets. Want in Costa Rica wordt het erg vroeg licht en om acht uur is het al behoorlijk heet. En om zes uur ´s middags is het al weer donker (tijdsverschil met Nederland is acht uur).
Puerto Limón is de stad waarvanuit we over een kleine 2 maanden! ook met de boot zullen vertrekken, dus oriënteren we ons alvast op de dingen waar we straks mee te maken gaan krijgen.

Puerto Viejo de Sarapiquí, 18 juni
Ongelooflijk wat is het heet. Als mensen horen welke kant we opfietsen, zeggen ze ook dat ons wat warmte betreft heel wat te wachten staat. We wisten dat het warm zou worden. Maar dat het ´s ochtends om acht uur al bijna niet meer te harden is, hadden we toch niet bedacht. Het hoort hier regentijd te zijn maar de laatste vijf dagen geen enkele verkoelende bui gehad. Soms moeten we oppassen dat we niet in een soort lethargie terechtkomen als gevolg van de hitte. We proberen ons ritme er op aan te passen en je kunt, zo lang het vlak is, nog maar het best op de fiets zitten; of op een rivier of zo.

We hebben zo´n 150 kilometer gefietst richting San José, maar tegelijkertijd ook besloten om die stad maar niet met een bezoek te verblijden. Het verkeer op de grote weg wordt steeds drukker, de weg is smal en er is weinig ruimte voor fietsers. In het algemeen een ministrookje naast de rijbaan van vaak niet meer dan een halve meter. Enorm veel containerverkeer en chauffeurs die van wanten weten. Weinig consideratie met de zwoegende pedalisten.

Daarom zijn we eergisteren naar het Noorden afgeslagen en zijn uitgekomen in Puerto Viejo de Sarapiqui, knooppunt van rivieren, over de rivier een veertig kilometer onder de grens met Nicaragua. Want we willen wel eens wat over het water varen. Er blijkt een ´lancha publica´(soort waterbus) te gaan over de Rio Sarapiqui naar het Noorden, richting Nicaragua, met als eindbestemming de monding van deze rivier in de Rio San Juan, een enorme rivier die hier de grens vormt tussen Costa Rica en Nicaragua. We kunnen dezelfde dag niet meer terug maar er blijkt daar waar de Rio Sarapiqui uitkomt in de Rio San Juan een primitieve lodge te liggen waar we kunnen overnachten.

Onze boottocht groeit uit tot een tochtje ´krokodillen spotten´. Eén van de medepassagiers, bewoner van één van de geisoleerd liggende boerderijtjes langs de rivier, is meester-spotter. En hij leert ons het vak. Het is fascinerend, die enorme beesten, soms met de rug net boven water, soms luierend op een zandbank. Verder zien we twee mannetjesleguanen vechten op een boomtak, net boven de rivier. Al rollebollend vallen ze gezamenlijk uit de boom het water in en scharrelen wat beduusd gebroederlijk de kant weer op. Zo nu en dan staat er iemand bij één van de schaarse hutjes langs de kant te zwaaien. Ons bootje gaat er dan op af, met de neus de oever in zodat de nieuwe passagier aan boort kan stappen. Jongens, gezeten op binnenbanden van vrachtwagens, drijven stroomafwaarts. Ze zijn aan het vissen met een lijntje. Vaak zijn het twee autobanden die aan elkaar zijn vastgebonden. Op de andere band liggen dan twee fietsen waarmee ze straks weer terugkunnen over een onverharde pad niet te ver van de rivier. Wat een gedoe, wat een investering om een paar visjes te vangen!

De lodge waar we uiteindelijk uitkomen blijkt een finca-in-bedrijf met een paar hutjes voor gasten. Prachtig gelegen in het oerwoud, pal aan de oever op de hoek waar de twee rivieren elkaar ontmoeten. Aan de overkant van de machtige Rio San Juan is Nicaragua. In de lodge is geen aansluiting op het electriciteitsnet.´s Avonds van zes tot negen draait er een aggregaat zodat er dan wat licht is. We maken voor het donker wordt nog een tochtje door het oerwoud waar weer veel apen rondhuppelen en die vaak ook vlakbij de finca en bij onze hutjes blijken te zitten.´s Avonds als het aggregaat wordt afgeschakeld en we ook onze kaars nog uitdoen, vallen we in de pure nacht met nog wat vage beestengeluiden op de achtergrond. En zo nu en dan de lichtflitsen van een vuurvlinders die rondschieten. We zitten zo een hele tijd in stille verwondering. De net nieuwe maan hangt als een banaantje in de lucht. Het enige vertrouwde beeld is de Grote Beer die pal voor ons aan de hemel staat. De volgende ochtend om half vijf al weer op want om vijf uur komt ons bootje ons weer oppikken. De bagage was de vorige avond al weer gepakt toen het aggregaat nog aanstond.

En dan gaan we nu een geheimpje verklappen. Tenminste, voor ons was het een verrassing: Costa Rica is niet zo´n heel leuk land. Beter gezegd: Ook al hebben wij het goed naar de zin, wij vinden het geen leuk land. Dit in tegenstelling tot wat we altijd hadden gedacht naar aanleiding van al die fantastische ´Costa Rica verhalen´die we van anderen hoorden. Ja, inderdaad, de natuur is overweldigend, een enorme rijkdom, de kusten zijn vast en zeker fabuleus mooi. Het land is goed georganiseerd, prima busvoorzieningen en in de wc´s komt uit de zeepdispensors inderdaad vaak zeep, er hangt een handdoek en er is een wastafel waar water uit de kraan komt. Waar zit dan onze moeite? Het is een hard land met veel geweld. Een bank kom je niet zo maar in, vaak word je eerst gefouilleerd of je moet door speciale poortjes. Mensen hebben het vaak over de agressiviteit in het land en vaak worden we gewaarschuwd voor het risico op gewapende overvallen. Tegelijkertijd is de armoede groot. Hoewel Costa Rica naar Latijns Amerikaanse maatstaven een rijk land is, is er veel verpaupering. Met veel bedelaars en ontspoorde mensen. In een stad als Puerto Limón nemen zij na een uur of negen´s avonds de straten over. Verder zijn er nauwelijks nog voetgangers. Te gevaarlijk. Er rijden veel jongeren rond in auto´s met lekgeprikte uitlaten. Ze scheuren met een bloedgang door de straten en over de wegen. Veel agressief rijgedrag op de grote wegen. Goedgeklede jongeren, vaak grotere schooljongens, roepen ons regelmatig achterna en zeuren om dollars ´om eten te kopen´. Een eigen muziekcultuur lijkt er nauwelijks te zijn. Wat je zoal hoort is van alles en nog wat. Veel amerikaanse muziek. Daarnaast veel smartlap en hiphop. Soms latijnsamerikaanse muziek. Mensen lijken vaak veel meer gestresst dan bijvoorbeeld in Panama (Panama City even buiten beschouwing gelaten). Daar gaan de mensen vaak op een heerlijke ontspannen manier met elkaar om. Ze hebben onderling veel plezier, zijn er erg toegankelijk, zijn er niet op uit om iets van je te willen. Wij ervaren dat alles hier veel minder. De mensen gedragen zich veel afstandelijker, veel zakelijker. Het land draait voor een fors deel op toerisme en dat merk je. Alles wordt er aan ondergeschikt gemaakt. Overal worden dure tours aangeboden met gelikte folders. En overal word je als toerist bekeken en benaderd. Ook in de niet toeristische gebieden (we blijven zo veel mogelijk buiten de toeristische topattracties). En de prijzen zijn hoog. Overal moet aan verdiend worden. Het is ook een item op veel chatsites die over Costa Rica gaan. Een vaak terugkerend item: ´Heeft Costa Rica zijn hand niet overspeeld?´

San Rafael de Guatuso, 22 juni 2007

We zitten in de bus te wachten op vertrek bovenaan bij de krater van de vulkaan Poás, een nog actieve vulkaan in het centrum van het land. We hebben hier een uitje gedaan en gaan weer terug naar Alajuela waar we op dat moment verblijven. We zitten allebei een Costa Ricaanse snicker te eten. Een wat oudere vrouw stapt in, samen met een jongere vrouw. De jonge vrouw blijft in het gangpad staan en kijkt Frans aan. Deze begint wat te lachen, weet niet zo goed wat ie er mee aan moet. Dan ineens, in een feilloos trefzekere greep, grist ze de halve snicker uit de hand van Frans. Uitdagend kijkt ze hem aan. Frans vindt het wel een leuke grap en begint harder te lachen, wachtend tot de snicker weer terugkomt. Maar mooi niet, de vrouw steekt zonder blikken of blozen het snoepgoed in haar mond en begint te kouwen. Ondertussen blijft ze Frans uitdagend aankijken. Ja wat doe je dan? Gewoon blijven lachen en het eigenlijk wel heel grappig vinden. De oudere dame die het allemaal ziet gebeuren, vindt het echter heel vervelend en begint te roepen ‘neem me niet kwalijk, ik kan er niks aan doen, ik kan er niks aan doen’. Even later wordt alles duidelijk. Er stapt een groep mensen binnen waar zichtbaar een groot aantal geestelijk gehandicapten bij zijn. Ze worden vergezeld door een groep vrijwillige begeleiders. En zo werd het heel gezellig in de bus. Iedereen dikke pret. Inclusief een verloting om de gehandicaptenkas te spekken. De meeste loten, en dus ook alle prijzen, gaan naar de gehandicapten zelf en hun begeleiders. Geen wonder want andere mensen zaten er nauwelijks in de bus.

We zijn vanuit Puerto Viejo afgelopen dinsdag naar Alajuela gegaan. We wilden wat afkoeling zoeken in de bergen en moesten hier wat dingen regelen. Met de bus gereisd omdat we dwars door de hoogste bergen van Costa Rica moesten.
Van hieruit dus ons uitstapje naar de Vulkaan Poás gemaakt. Deze vulkaan is een toeristische trekpleister bij uitstek, zo ongeveer de meest bezochte plek in Costa Rica. Jaarlijks zo´n 250.000 bezoekers. Het bezoek aan de vulkaan is zo populair omdat het een van de weinige mogelijkheden op aarde is om vlakbij de krater van een vulkaan te komen die actief is. Deskundigen verwachten al jaren een nieuwe uitbarsting omdat het niveau van het nabijgelegen kratermeer als maar blijft dalen. Zo nu en dan wordt de toegang naar de vulkaan gesloten als de vulkanische activiteit te groot is. Wij kunnen op deze wijze mooi ons toeristisch gemiddelde wat opvijzelen. Maar we gaan natuurlijk wel met de publieke bus en niet met een ´toertje´. De bus komt tot een kleine kilometer vanaf de krater. We lopen de laatste kilometer en zien dan wat we al vreesden: Op 2600 m. hoogte is de hele krater in nevelen gehuld. We zien niets komma nul. Jammer, maar ook het tochtje er naartoe was al prachtig, zeggen we stoer. En een locale gids van een toeristen-groep die erg teleurgesteld reageert, doet wat bezwerende dansjes om de vulkaan en de zware bewolking tot andere gedachten te bewegen. Het enige wat we van de aktieve krater merken is een dringende geur van rotte eieren zoals vroeger in het scheikunde lokaal. En een gerommel op de achtergrond, vergelijkbaar met het geluid van een stevige branding, soms aanzwellend tot een gerommel dat lijkt op onweer. Veel bezoekers druipen teleurgesteld af en gaan de paar uitgezette paden lopen. Maar wij, sterk geworden in het wachten, laten ons niet kennen en blijven speuren naar iedere kleine opening in het wolkendek. En ziedaar…. na een uur geschiedt toch het wonder en opent sesam zich geleidelijk. Een applaus klinkt op van de op dat moment aanwezigen. Waaronder ook een hele groep geestelijk gehandicapten en hun begeleiders die het allemaal met luid geroep aanschouwen. Later, in de bus op de terugweg naar Alajuela, hebben we dus nog meer van ze kunnen genieten. Het zicht wordt steeds helderder, de wolken trekken weg en wat overblijft is de rook die uit het bruisende en aktieve gedeelte van de krater komt, een paar honderd meter verderop gelegen. We kunnen er prachtig inkijken. We zien het oppervlak rondkolken en overal stijgt rook op, soms wat meer, soms wat minder en telkens op andere plaatsen. Ineke blijft foto´s maken want alles moet natuurlijk worden vastgelegd.

In totaal zijn we drie dagen in Alajuela geweest, overnachtend in het uiterst vriendelijke hotelletje Panacé waarvan de gezellige en behulpzame uitbater Colombiaan blijkt te zijn. Hij lijkt sprekend op Fidel Castro. Als we hem dit zeggen, beschouwt hij dat als compliment.
We zitten wat in dubio over hoe verder te gaan, nog meer activiteiten in dit door bergen omringde toeristische centrum van het land, overvol met toeristische factiliteiten en met een overaanbod aan toeristische uitstapjes. Of met de bus de bergen uit en dan weer op de fiets naar het noordwesten, geleidelijk aan naar de Nicaraguaanse grens. Uiteindelijk, na de nodige dooie momenten, kiezen we voor het laatste. Vandaag dan ook het busstuk gedaan tot aan San Rafael de Guatuso en morgen op de fiets weer verder.

Nog even over Costa Rica. Hier verkoopt een libreria meestal geen of nauwelijks boeken maar wel bijvoorbeeld ondergoed. En een floresteria verkoopt vaak geen bloemen maar wel snuisterijen. Een van de vele onbegrijpelijkheden die we tegenkomen in dit voor ons wat ongrijpbare land.

La Cruz, 27 juni 2007 (nabij de grens met Nicaragua).
We zijn uit San Rafael de Guatuso uiteindelijk toch niet de volgende dag vertrokken. Dat zat zo. De vorige dag waren we in een restaurantje een vrolijk en goedlachs indianenmeisje tegengekomen. Ze werkt hier als serveerster. Ze vroeg ons waar we vandaan kwamen. "Uit Nederland? Oh, daar zal ik wel nooit naar toegaan". Wij: "Nou, dat weet je maar nooit, wie weet komt er op een dag hier een aardige jongen uit Nederland langs die verliefd op je wordt en je maar wat graag meeneemt". Ze begint hard te lachen, roept "Permiso" (zoiets als "sta me toe" en vertrekt).
De volgende ochtend, als we `fiets-klaar`zijn, gaan we in hetzelfde tentje weer ontbijten. Ze komt naar ons toe, begint weer te lachen en vraagt een beetje verlegen hoe je in het Nederlands zegt "Te quiero, te amo" en wij schrijven op haar verzoek op "ik hou van je, ik hou heel erg veel van je". Al doende volgen er meer woorden in het Nederlands en in het Spaans. Waarop ze alles vervolgens in haar eigen (indianen)taal, het Maleku opschrijft. We raken wat aan de praat over de Maleku. Er blijken in drie gemeenschappen, niet ver van San Rafael de Guatuso, in totaal nog zo`n 500 Maleku-indianen te wonen. Eén van de laatste indianengroeperingen met eigen traditie en taal in Costa Rica. Ze vertelt waar ze woont en hoe of we er kunnen komen, een tochtje van een kilometer of tien. We besluiten er naar toe te fietsen, de laatste vijf kilometer over een onmogelijk hobbelige weg. Er komen meer toeristen, zo blijkt. En er is, terwijl wij aankomen, een Amerikaanse schoolklas op bezoek. Ze worden ingewijd in enkele van de tradities van de Maleku en in het gebruik van medicinale planten. We gebruiken er de maaltijd, kijken naar een wat platvloerse ceremonie en kopen mooie artesania, één van de weinige inkomstenbronnen voor deze indianen. En ´s avonds overnachten we dus opnieuw in San Rafael de Guatuso.

De volgende dag vertrekken we dan uiteindelijk toch naar Upála, onze volgende bestemming. Hier geslapen bij ¨hotel Upala¨. Niet de meest vriendelijke onthaal tijdens deze lange reis. En het bed bleek zo abominabel slecht te zijn dat we de volgende dag tegen de eigenaar hebben gezegd dat we gaan klagen bij de ´internationale organisatie van toerisme´, wat dat ook mag zijn. De veren staken dwars door de matras en zo scherp dat het echt gevaarlijk was. Aan de onderkant waren de gaten provisorisch dichtgemaakt. Nu slapen we altijd ieder in een eigen bed en was er wel ruimte om er naast te liggen maar toch, je zult er maar overheen kruipen en zo’n pin in je knie krijgen. Helemaal verontwaardigd dus. Je denkt dan waarom klaag je niet ´s avonds, maar ja, dan is er niemand te vinden. En de eigenaar schoof alles op ´la muchacha´, het meisje dat de kamers doet. Hij zou de matras vervangen, zei ie, alsof we hem een nieuwtje hadden verteld.

Vanuit Upala zijn we naar La Cruz gefietst. We hebben over dit traject twee dagen gedaan met een tussenstop in het miniplaatsje Santa Cecilia. De route ging eergisteren voor een flink deel via een lange heuvelachtige gravelweg, practisch zonder verkeer. De weg ging dwars door de selva, het oerwoud. De regengoden halen nu eindelijk hun gram. Het moest toch ook een keer gebeuren na zoveel mazzel in de regentijd. Het water valt regelmatig als hoosbui uit de lucht. Maar ja, nat is nat. En natter kan niet. Zo nu en dan fietstruitje uit, wringen, en weer doorrijden. Tijdens de allerheftigste buien proberen we een schuilplaats te vinden. Gelukkig hebben we de harde wind achter. We hadden veel navraag gedaan over de weg omdat we er nergens informatie over konden krijgen. Zoals altijd zijn de antwoorden heel verschillend. Iedereen zei: een prachtige asfaltweg(!). De een zei: stevige heuvels, de ander: nee helemaal vlak. Maar onze kaart gaf andere informatie, die toonde een smal weggetje met een andere kleur. Dat hield ons bezig. En de kaart had deze keer gelijk. Uiteindelijk gedurende vijf en twintig kilometer dus onverhard met veel klei en leem. Je moet erg geconcentreerd sturen en veel remmen. Want het is altijd weer link, je kunt makkelijk wegglijden, zeker met al die regen. Je kunt niet hard, een gemiddelde van hooguit 9 km. per uur. Het is allemaal goed gegaan en het was toch wel leuk fietsen. Veel gezwaai door de regen naar mensen die wonen in de spaarzame finca´s waar we langs komen. Mensen die lekker droog onder hun luifels zaten. De enige pech: we mochten de eerste lekke band van deze reis scoren, maar gelukkig gebeurde dit ´onder de rook´ van Santa Cecilia.

Santa Cecila bleek te beschikken over een soort van primitieve hospedaje, ook dat was onzeker. Weliswaar boven een bar, maar die was gelukkig gesloten op maandag. Opvallend is wel dat er heel veel politie is, veel (donker) blauw op straat. Dat heeft er mee te maken dat er veel Nicaraguanen, Nica´s, hier illegaal naar toekomen. Veel controleposten, maar naar ons wordt vriendelijk gezwaaid.

De route van Santa Cecilia naar la Cruz.
Het fietst hier mooi. De weg is inmiddels weer asfalt, het is droog. Opnieuw oerwoud, afgewisseld met citrusplantages. Groepen papagaaien vliegen zo nu en dan op met veel lawaai. Op de achtergrond het geloei van congo-apen, dat geluid kennen we inmiddels. Het loeit door de bossen en over de velden. Zo nu en dan kijken we uit op de cordillera, de bergrug, met een enkele vulkaan, prachtige uitzichten. Het waait hard, we komen verschillende omgewaaide bomen tegen. En als we de wind even wat van opzij krijgen, moeten we stevig tegenstuur geven om niet van de weg te waaien. Uiteindelijk hebben we tijdens dit traject grotendeels gedaald. De inspanning van gisteren verdiende zich vandaag weer terug. En we zijn om half tien ´s morgens al in La Cruz.
Vandaag veel tijd in dit stadje, tijd voor de was, voor een lekker ijsje, voor de mail, voorbereiden op het volgende land. En morgen gaan we de grens over naar Nicaragua.

Inmiddels de volgende dag: We zijn nog niet vertrokken. We hebben dit een dag uitgesteld. Frans betaalt de tol voor het slechte weer van twee dagen geleden, voelt zich niet lekker, zijn eerste ´ziektedag´ van de afgelopen drie maanden, een stevige verkoudheid, griep. Bovendien blijft het regenen, harde regen, harde wind én…..koud, het is nog niet zo koud geweest tijdens onze fietsreis. En liever niet gelijk al weer een hele dag in de hoosbuien. Zeker niet als je de grens over moet met alle hectiek van dien en geen mogelijkheden om tussentijds een onderkomen te zoeken.

Voorlopg is dit ook het einde van het Costa Rica verslag. We gaan over naar Nicaragua.

juni 13, 2007
By on 22:57
laatste nieuws

Kijk voor verslagen en foto´s van de reis onder ´Catagorieën´.
Het verslag en de foto´s van Cuba zijn klaar.
Het verslag én de foto’s van Panama is klaar.
Het verslag van Nicaragua én de foto´s zijn inmiddels afgerond
en wij beginnen aan de Terugreis.

Onder deze rubriek, ´Laatste Nieuws´ zetten we zo nu en dan iets kleins of iets spectaculairs. Ook bedoeld om te vertellen hoe het met ons gaat.

¡Heel erg leuk om jullie reacties te krijgen! Kort, maar even contact. We lezen ze altijd als eerste wanneer we de weblog openen!

Laatste nieuws d.d. 16 juli
Geen bericht, goed bericht. Feitenlijk gaan we op de weg terug maar Costa Cica, maar dat voelt nog niet zo. We zitten nog volop in de reis, praten ondertussen over de inrichting van ons nieuwe appartement en de keuken. We hebben nog een maand te gaan, hebben mog veel plannen én een boortreis van twee weken voor de boeg. Dat laatste geeft voor het gevoel van vakantie hebben heel veel ruimte. We beginnen wel souvenirs te kopen en op te sturen ( nooit doen! kost veel te veel).
Met ons gaat het goed, we gedijen goed in dit land, Nicaragua. We hebben veel aardige ontmoetingen en zijn erg geraakt door de mensen én de onvoorstelbare armoede hier.

Laatste nieuws d.d. 28 juni
Het Costa Rica verslag is tot voor zover klaar. We gaan over naar Nicaragua. En het is weer gelukt een aantal foto´s te plaatsen. Over een aantal weken pakken we hier de draad weer op.

Laatste nieuws dd. 24 juni
We hebben een huis gekocht! En wel in Utrecht aan de oude veilinghaven. Wordt opgeleverd eind 2008. Goeie kennissen hebben voor ons bemiddeld. We zijn er erg tevreden mee.

Laatste nieuws d.d. 14 juni
Zo, de Panamá foto’s staan er op. Eindelijk een internetcafé waar het kan en mag én een beetje snel gaat. Gelukkig is het buiten zo heet dat je graag een tijdje in een airco-gekoelde ruimte zit.  We zijn nu in Puerto Limón, de plaats waarvanuit we straks ook weer met de boot vertrekken en we kunnen, heel fijn, een zak met spullen in het hotel achterlaten. Dat scheelt weer gewicht wanneer we de berg op moeten. En we hebben de haven verkend. Limón is een grote havenstad dus je stelt je Rotterdam voor of zoiets, maar dat valt reuze mee. Het is voor onze gemoedsrust goed om te weten dat dat niet ingewikkeld zal zijn. 

laatste nieuws d.d. 2 juni
De afgelopen dagen waren we in Volcán, op 1300 meter hoogte.  En voor het eerst deze vakantie hebben we de fleecetrui aan gehad, we hadden het echt koud. En wij maar roepen tegen de mensen hier: "het lijkt Nederland wel". Regen en bibberen, we waren het bijna vergeten. Maar tegelijk we hebben ook prachtig gelopen in het oerwoud in het gebied waar de quetzal z´n habitat heeft. Maar ja, die hebben we niet gezien, die zit in de regentijd een eindje verderop in het woud. Wel veel kolibri´s gezien en heel veel andere, mooi gekleurde, vogels.

laatste nieuws d.d. 23 mei
Het is wat eentonig, maar tot nu toe gaat het gewoon heel erg goed, met ons samen, met het fietsen. We handelen met de warmte. Tegelijk vinden we het ook bij tijden erg zwaar. Maar wanneer we weer op stek zijn en gedoucht en gegeten hebben zijn we helemaal bij. Vandaag is mijn (Ineke) bagagedrager afgebroken, maar Frans heeft hem heel kundig gerepareed met electriciteitsdraad! Voorlopig zit ´t als een huis. Gebeurde wel vlakbij de plek waar die stinkende krokodil werd verorberd door de gieren (zie verslag), dus hebben we wel erg goed om ons heen gekeken tijdens deze operatie.

18 mei

We hebben adelaars gezien. Eén gewoon langs de kant van de weg op een paaltje, alsof het een hollandse buizerd was. En heel veel grote witte reigers. Loes en Lies weten jullie nog van die wandeling bij jullie, afgelopen winter, toen we een overwinteraar spotten? Nou die dus, in veelvoud. En heel veel bruine pelikanen vooral bij Panamacity. Daar schijnt een hele grote kolonie te zitten, de helft van de wereldpopulatie, En ook andere kleurige exemplaren volgels geen idee wat het allemaal is, maar iedere keer weer heel bijzonder om te zien. 

16 mei
Had ik toch gedoe met de fiets en was er ´gewoon´ bij de plaatselijke autowerkplaats een baas(je) die heel veel verstand had van fietsen en het weer kon maken! Geweldig.

12 mei
Nou eindelijk! De Cuba foto´s staan er op. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, maar nu in Panamacity, in een internetcafé, gelukt!

6 mei

We zijn op dit moment in Havana, goed aangekomen. De laatste dagen gefietst met de dozen achterop, dat was wel wat veel bagage. Ik, Ineke, ben een beetje grieperig, last van de warmte of zoiets of last van de airco´s nachts. Frans en ik hebben nogals verschil in temperatuur, dus dat vraagt wat afstemming. Én een bus uit Brummen gezien.

laatste nieuws d.d. 3 mei
Zo hadden we het bedacht: doorreizen naar Santiago de Cuba en dan met de wind in de rug terug naar Havana. En dat lukt tot op heden! We maken soms lange afstanden en de vermoeidheid valt dan mee. We staan vroeg op i.v.m. de hitte en wanneer we een lang eind moeten zitten we strak om 7 uur op de fiets en dan zijn we op tijd over: 120 km en om 13-14.00 uur op plaats van bestemming. Het scheelt alles. En dan heb je altijd echt het idee dat je heel goed kunt fietsen. En Cuba ervaren we als een heel goed fietsland. Eigenlijk, wanneer je goed reist, is het fietsen makkelijk.
Met ons gaat het nog steeds heel goed. Alles loopt en stroomt naar behoren. We eten goed, we rusten vaak tussen de middag, want dan zijn we al over. De enige discussies die we voeren gaan over het water, hoeveel neem je mee? En de irritaties zitten in het feit dat we na 3,5 week Cuba soms nog vergeten dat we op tijd boodschappen moeten doen omdat er onderweg gewoon niet te koop is. We hebben eigenlijk nooit verschillen in wat te bezoeken c.q.te bekijken. We hebben de instelling van het maakt niet uit rechtsom of linksom er is genoeg te zien en te beleven. Dus erg genoeglijk allemaal. En verder leer ik veel van de soñares van de casas particulares bijvoorbeeld hoe ik moet wassen en de was moet ophangen, het wordt gewoon overgedaan.
Het is wel een waar genoegen te weten dan we nog een lange tijd voor de boeg hebben. Het geeft heel veel rust. Tot op heden vind ik de tijd niet erg snel gaan.
De bagage wordt lichter, maar de eerste spullen en kleren zijn weggegeven en dat ruimt weer op. Hoewel, we hebben net het boek 100 uren met Fidel,in het Spaans, aangeschaft. Dat weegt wel een kleine kilo, dus dat vult weer aan. Ze hebben het er veel over hier.

Op 1 mei hebben we in onze eerste illegale casa particular geslapen, het was een belevenis op zich (zie verslag Cuba).
En aan Panama willen we eigenlijk nog niet denken, we hebben nog een week voor de boeg hier.

Laatste nieuws d.d.30 april

Ja, Koninginnedag! We horen van verschilllende kanten dat jullie je er voor opmaken. Ada´s tante over uit Belarus gaat dit spektakel ook aanschouwen, erg leuk. En natuuurlijk Ria jarig! Gefeliciteerd. Hier maakt men zich op voor de 1e mei. Hier is inmiddels Santa Clara, DE stad van Che Guevarra, hoewel je hier minder Che ziet dan overal elders in het land. Maar er is een museum en zijn mausoleum is hier. Dat gaan we straks bekijken. We zitten opnieuw in een casa particular recht tegenover een tabaksfabriek en volgens de mevrouw van de casa maken de arbeiders zich vandaag al sterk op voor het grote feest van morgen. Wie weet levert dat weer aardige plaatjes op. We zijn helemaal verwend door de casa particulares en de soorten van huizen in koloniale stijl en ook bewoond door mensen die er vanoudsher in woonden, de koloniale huizen zitten dan in de erfenis. We moesten bij dit huis, dat erg sober is, gewoon weer even omschakelen. Maar het is ook prima en de mensen zijn prima.

We kwamen pas de bus Lunneten, lijn 8 tegen, ik geloof Gamagüey. Heel bijzonder. We hebben al veel Nederlandse bussen gezien: Arriva, Connexxion en dan zo een uit je eigen stad en bijna onze´eigen´ lijn

Laatste nieuws d.d. 24 april.

Wat ik bijzonder vind is hoe snel we eigenlijk inzoemen op de Cubaanse cultuur. Hoe snel je het je eigen maakt. Tegelijk ook hoe snel we weer in het fietsvakantieritme zitten: de tassen pakken, alles op de plek, de wasjes, de boodschappen, voorwerk doen, in de orde van waar gaan we naartoe en waar slapen we. En verder niet zoveel aan het hoofd. Ja, en fietsen natuurlijk. Maar ondanks alle warmte en de wind regelmatig tegen, heb ik nooit het gevoel van waar ben ik aan begonnen. Integendeel. Het is een waar genoegen zo met de fiets en alles wat nodig is door zo’n prachtige omgeving te rollen. Regelmatig groeten en gegroet worden, soms onder vrolijk gelach, soms onder versterkende en complimenteuse woorden. Afgelopen week vroeg iemand naar wat ik deed voor beroep en ik dacht: o, ja gut. Het was wel erg ver weg. Samen gaat het prima. We hebben zo onze gesprekken over alles wat we zien, onze vragen, onze theorieen, onze ervaringen. En ook regelmatig zoals we dat noemen: jut-en-jul op vakantie. Het is heel handig dat Frans zo op een ander niveau Spaans spreekt. Dat maakt de gesprekken interessanter en ik kan daar in mee liften. Ik kan het goed verstaan en leer tegelijk weer wat meer Spaans. Wat ook heel grappig is, is de humor. Mensen zijn zo sensitief in de taal en ook non-verbaal. Contact is er zo en het is vaak vrolijk. Zelfs de mensen die meer van je willen kunnen we met een vriendelijk antwoord te woord staan. Het gaat goed.

Onderweg in de bus uit Trinidad heb ik eens opgeschreven wat ik nu zo bijzonder vind hier en wat opvalt. Het is een hele lijst geworden. Maar voor de impressie toch goed om het eens op een rijtje te zetten: het dubbele geldsysteen, de cubaanse peso in 1/25 van de peso convertible (waar wij mee moeten betalen over het algemeen *Cuba is echt een schoon land * het is heel goed georganiseerd *het is hectisch en tegelijk relaxed. Dat zie je aan het autoverkeer: mensen toeteren altijd wanneer ze passeren, maar nooit gekke toeren en snijden enzo. *er is veel armoede, zichtbaar. mensen wonen bij tijden heel minimaal in houten huisjes * er is (bijna) altijd water en er is altijd electriciteit *er zijn geen straatkinderen *vrouwen zijn zeer goed gebekt en staan regelmatig schel ter oreren *er is heel veel fruit, zichtbaar, aan de bomen, maar weinig gewoon te koop. We vragen ons dan ook af waar het blijft *veel loslopende beesten, koeien, paarden, kippen, geiten, varkens. Overal langs de weg. Ook veel honden, maar die zijn absoluut niet met ons bezig en dat is heeeel erg fijn. * iedereen heeft kippen: je wordt ‘s morgens gewekt door een koor van minstens 12 hanen, waar je ook bent. *heerlijke sapjes *er rijden veel dure auto’s, en dat kan alleen via de illegale handel hebben we inmiddels begrepen *volgens ons is er veel meer te koop dan zo’n 10 jaar geleden *veel handeltjes op straat ·baseball (beisbol)wordt erg veel geoefend (met petflesdopjes) * Cuba is relatief een heel veilig land en nog veel meer, maar dit moest ik even kwijt ook voor mezelf om het vast te houden.

Laatste nieuws d.d. 22 april

We zijn in Santiago de Cuba, net een beetje thuiskomen. We zijn hier 10 jaar geleden geweest en waren erg onder de indruk toen. We vinden het ook heel anders nu, andere uitstraling. Het is nu zondag en we fietsen morgen en verder, maar we weten nog steeds niet: om de noord om om de zuid. M´n (Ineke) bril was stuk, maar gelukkig kon ik van de reservebril onderdelen gebruiken en is ie weer gemaakt!!!M´n Spaans gaat steeds beter (Ineke), gisteren een heel gesprek gevoerd met Roberto, een collegadocent van Raquel waarvan Frans indertijd les van had en die bij haar op bezoek was.

Laatste nieuws d.d. 16 april

Dank jullie wel voor de berichtjes, gezellig. We zijn nu in Cienfuegos. Mailen en internetten gaat in Cuba niet zo makkelijk, wel in de grote steden zoals nu, maar daar zijn we niet zo veel. En bij tijden duurt het lang voordat we verbinding krijgen. Dus wanneer berichtjes-mailtjes worden afgebroken of bij tijden erg kort zijn dan weten jullie waar dat mee te maken heeft. Verder zijn we knap verbrand ondanks factor 30. Maar het gaat ons heel goed, het fietsen gaat hier goed, het is relatief rustig op de wegen en Cubanen zijn ingesteld op gedoe op de weg zoals coches caballo´s een soort van paardentram. We slapen tot op heden in casas particulares en die zijn heel verschillend. Maar leuk om zo mensen tegen te komen en Frans spreekt gewoon heel goed Spaans en dat is ook wel heel makkelijk. Hoe ik de foto´s er op moet krijgen weet ik nog niet, volgens mij kan ik niets met USB. Dus voorlopig dieon we het met tekst. We proberen zo 1 x per week te schrijven op de weblog, lijkt ons een aardig streven.

zondag 1 april: de bike-away-party Thee_met_taart_011_1

gewoon om even dag te

_mg_1838

zeggenThee_met_taart_001 Thee_met_taart_013

Wij vonden het erg gezellig!

Thee_met_taart_006

en Imke maakte de foto’s

Thee_met_taart_012Scherven_003_1

februari 13, 2007
By on 21:57
de plannen

de plannen d.d. 16 juli
We zijn nu in Granda en vertrekken zo op de boot naar San Carlos aan de andere kant (ZW) van het meer van Nicaragua. Vandaaruit gaan we naar El Castillo én we gaan een paar dagen naar Islas Solentiname, Mancarrón, San Fernando, daar waar la Misa Campensina is gecomponeerd door Ernesto Cardenal (jawel Loes!). Dan door en weer op de fiets naar las Chiles, Costa Rica, en dan door naar Puerto Limón. Maar dat duurt nog een dag of 10.
We krijgen net bericht door dat er in ieder geval een boot/carrier vaart vanaf Limón naar Antwerpen, maar ze weten nog niet welk schip en ook niet precies welke datum, even afwachten dus. Maar dat zal ongeveer 2 of 3 augustus zijn.

de plannen d.d. 9 juli
We zijn nu in Masaya en gaan morgen met de bus naar Juigalpa en Santa Domingo. We komen aan het eind van de week weer terug in Masaya. Dan gaan we naar Granada en vandaaruit (maandag) met de boot over het meer van Nicaragua naar San Carlos.

de plannen d.d.28 juni
We zijn nu in Santa Cruz, Costa Rica, bij de grens van Nicaragua. Morgen of zo gaan we de de grens over richting Rivas, langs het Lago de Nicaragua. En dan mogelijk door naar Granada.

de plannen d.d. 17 juni.
We zijn nu in Puerto Viejo,Sarapiquí, vlak bij Ciudad Quesada, San Carlos. Vandaag gaan we met een lancha, bootje, de rivier op naar de grensrivier met Nicaragua. Een nacht in een lodge en dan morgenochtend vroeg weer terug. Vanuit hier gaan we verder richting Upala en bij la Cruz maken we de oversteek naar Nicaragua, maar dat duurt nog wel minstens een week.

de plannen d.d. 14 juni.
We zijn inmiddels in Puerto Limón, Costa Rica en fietsen morgen verder richting San José.  halverwege verlaten wij die weg richting Upala, richting Nicaragua.

de plannen d.d. 2 juni
We zijn nu in Davíd en morgen vertekken we met de bus naar Boca del Torro. We hebben nog een week voordat we Panamá uit gaan. We fietsen dan richting Puerto Limón, langs de noordkust van Costa Rica. En ondertussen maken we de verder plannen over de reis.

de plannen d.d. 25 mei.
We zijn nu in Santiago, terug op de Interamericana. Morgen gaan we met de bus naar Santa Fé. Dat ligt op 1000 meter hoogte. De fietsen blijven in het hotel . Daarna gaan we door waarschijnlijk ook met de bus naar Davíd (geen zin om langs deze weg te fietsen, te saai, te druk) ook daar zijn een paar mooie tochten te maken. We gaan dan pas weer op de fiets in het noorden: Boca del Torro, aan de Caraïbische kust. Vandaaruit maken we dan de oversteek naar Costa Rica, maar dat is pas over 2 weken.

de plannen d.d. 15 mei.
Inmiddels zijn we in Panamá. We fietsen van Panamacity richting Costa Rica, vooralsnog grotendeels over de Panamericana richting David. Maar inmiddels fietsen we over het schiereiland Peninsula de Azuero: Chitré, Las Tablas en verder weten we het nog niet, wel even weg van de Panamericana. We gaan mooie plekken uitzoeken om naast het fietsen ook nog veel van de mooie natuur en de cultuur te zien hier. Wanneer we weer terug zijn op de Panamericana gaan we naar Santa Fé, dat ligt meer in de bergen. En in de buurt van David, dat al aardig in de richting van Costa Rica ligt, schijnt het ook prachtig te zijn: mooie vulkanen en een kust waar ook van alles te zien is. We mogen met onze stempel in het paspoort uiterlijk 30 dagen in Panamá zijn anders moeten we verlengen, maar dat doen we waarschijnlijk niet. Dus begin juni zullen we de grens met Costa Rica over gaan.

de plannen d.d. 30 april
We zijn nu in Santa Clara en gaan morgen weer op de fiets naar Varadero (3 dagen) en de verdere plannen staan nog steeds.

de plannen d.d. 24 april

Inmiddels zijn we onderweg en zijn op route van Santiago via Bayamo, Las Tunas, Gamaguëy. Dan waarschijnlijk de bus naar Santa Clara en dan weer op de fiets naar Varadero om de fietsdozen op te halen en dan op weg naar Havana.

de plannen d.d 22 april

Morgen fietsen we terug naar Vardero en dan door richting Havana. We weten nu nog niet welke route: om de zuidpunt en een stuk met de bus of rechtstreeks terug door het binnenland. Dit moeten we beslissen voor morgenochtend.

de plannen d.d.  16 april

De plannen zijn bijgesteld. We zijn van Varadero gaan fietsen richting Trinidad een tocht van 4 dagen. Op dit moment zijn we in Cienfuegos. Waarschijnlijk morgen door naar Trinidad en dan met de bus naar Santigo de Cuba. En dan vandaaruit terug te fietsen.

_mg_0867_4

de plannen: op 9 April 2007
vliegen we naar Cuba. Dat zal het begin zijn van onze 4 maanden lange fietstocht door Cuba en een deel van Midden-Amerika t.w. Panama, Costa Rica en Nicaragua. De tickets liggen in de la, althans het ticket naar Cuba, het ‘onward’ ticket naar Panama begin mei én de bootticket van Puerto Limón, Costa Rica, naar Antwerpen begin augustus. Tot zover is het duidelijk én we hebben van alle landen de Lonley Planet en een aantal reisverslagen van verschillende mensen, geplukt van internet. Het lijkt vooralsnog voldoende.

We vliegen naar Varadero, Cuba. Voor de eerste 3 nachten hebben we het hotel geregeld, dit om wat te acclamatiseren en onze plannen te trekken.

Ons idee is om van Varadero te fietsen naar Havana en vandaaruit de trein te nemen naar Santiago de Cuba. Daar zijn we een aantal (10) jaren geleden geweest en mogelijk kunnen we nog een aantal mensen bezoeken. Dan fietsen we terug naar Havana en, als ons we nog tijd hebben, fietsen we nog naar het westen van het eiland.

Op 9 mei vliegen we van Havana (Cuba) naar Panama(city).
We fietsen door Panama naar Costa-Rica, daar zullen we ongeveer eind mei zijn.
en dan dwars door Costa-Rica naar Nicaragua (ongeveer eind juni).

We hebben contact gelegd met de Stichting Stedenband Utrecht-Léon. Léon ligt in het midden van Nicaragua en dat lijkt een mooi eindpunt van onze reis. In Nicaragua zijn meerdere stedenbanden met steden in Nederland (zie links). We gaan in Léon een aantal projecten bezoeken en mogelijk ga ik een workshop geven, als het Spaans toereikend is tenminste. Ik heb materiaal wat ik daarvoor kan gebruiken op mijn mail gezet zodat ik dat bij de hand heb.

Volgens de planning zullen we 2 x in Costa Rica zijn: na Panama en na Nicaragua. Begin augustus vertrekken we met de boot, M/S "Carrier Vessel", vanuit Puerto Limón, een havenplaats aan de oostkust van Costa Rica. We zullen dan na een week of twee aankomen in Antwerpen. En mogelijk fietsen we dan weer naar huis. Of zoals Wouter en Ada zeiden: dan halen we jullie toch gewoon lekker op, veel te leuk.

Img_4164


By on 14:52
nicaragua foto’s

 

Nicaragua_3 

 

 

 

 

 

 

Vulkanen_ometepe_nicaragua_1

 

 

 

 

 

_mg_0017

Welkom in Nicaragua, bienvenidos en Nicaragua.

 

 

 

_mg_0075_1Isla Ometepe in het echt. Met de vulkaan Conceptión.

 

 

 

 

_mg_0044_1

Zo gaat dat als je ´t even vraagt.

 

 

 

 

_mg_0080_2

Isla Ometepe, straatbeeld Moyagalpa.

 

 

 

_mg_0123

Isla Omeptepe, Lago de Nicaragua. Stelletje donderstenen.

 

 

 

_mg_0092

Gewoon, weer zo´n mooi vogeltje.

 

 

 

 

_mg_0133

Maandag wasdag. Isla Ometepe

 

 

 

_mg_0330

Na een tropische bui waren de kruispunten als een rivier, Masaya.

 

 

_mg_0323_1

Weer leguanen en een pad. Maar nu op de mercado/markt in Masaya. Erg lekker vlees verzekerde de mevrouw ons.

 

 

 

_mg_0150

 

 

 

 

 

Zondagochtend, ter ere van San Jeronimus.

_mg_0359

Abi, onze buurman in Masaya, boeiend.

 

 

 

_mg_0181

Masaya, het gemeentehuis. Hier is het museum van de Sandinisten.

 

 

 

_mg_0214

Juigalpa, bij de markt/bushalte. We kochten een olielampje gemaakt van een blikje.

 

 

 

 

 

 

 

 

_mg_0299

Santa Domingo, de goudmijnen. Frans komt hier terug van 40 meter diepte.

 

 

_mg_0051

Op de boot, meer van Nicaragua.

 

 

 

_mg_0057

Haventje, meer van Nicaragua.

 

 

 

_mg_0072

Aankomst in San Carlos, 5 uur ´s ochtends.

 

 

 

_mg_0122

San Carlos, 6 uur ´s avonds.

 

 

 

 

_mg_0067

Rio San Juan, de rivier mondt hier uit in het Lago de Nicaragua.

 

 

Imagen_056

In de publico op de rio San Juan. Een dagje naar Sabalos en el Castillo.

Imagen_001

Rio san Juan, er gebeurt van alles hier.

 

 

 

Imagen_058_1Sabalos, rio San Juan.

 

 

 

 

Imagen_092

Ons hotel in Sabalos.

 

 

 

Imagen_031 Sabalos, zo vervoer je dus een koe. In destromende regen.

 

 

 

_mg_0016 Sabalos, rio San Juan. Het maken van een bot duurt ongeveer twee weken….

 

 

 

 

_mg_0029 …..met het handje.

 

 

 

_mg_0208 Mancarón, Isla Solitename. Muurschilderingen in de kerk.

 

 

 

_mg_0247

Huis van Ernesto Cardenal. De sleutel zit altijd aan de buitenkant in de deur.

 

 

 

_mg_0162

Isla Solitename, San Fernando. Door Ernesto Cardenal aangemoedigd eigen kunst te maken. Dit soort van huisvlijt is het resultaat en deze hebben we dus gekocht.

februari 9, 2007
By on 20:14
costa rica foto’s

 

_mg_0004_1

Het Cruz Roja in Bribri.

 

 

 

 

_mg_0014

De nesten van de Oro Pendola. Ogenschijnlijk hangen ze aan een dunne draad, maar ze trotseren hevige windstoten. Bribri.

 

 

_mg_0020

Met Miquel naar het Indianendorp.

 

 

 

_mg_0023

Het indianendorp.

 

 

 

 

 

_mg_0021

Bananenboot(je)

 

 

_mg_0086

De hike bij Cahuita.

 

 

 

_mg_0049_1

Aap, een Congo, met jong.

 

 

 

_mg_0126

Mono carablanca, witkopaap.

 

 

_mg_0099De behoorlijk giftige slang.

_mg_0044

Een luiaard in de boom, moet je wel héél goed kijken.

 

 

 

_mg_0084

Zomaar een sprinkhaan.

 

 

 

 

_mg_0139

Kijk, een leguaan. wel 1 meter lang.

 

 

 

_mg_0135_1

Vissen op de rivier de Sarapiqui, drijvend op autobanden heen en met de fiets terug.

 

 

_mg_0141

En dit was onze boot tijdens ons tochtje op de Sarapiqui, de publicó. Een oude indiaan achter het stuur.

 

 

_mg_0154

Een van de vele ontmoetingen. Hij leerde ons hoe krokodillen te spotten. Ze stappen hier uit bij hun huis, opgewacht door vrouw en nog 2 kinderen.

 

 

_mg_0210

Straatbeeld Alajuela.

 

 

 

_mg_0107_1

De vulkaan Poás, zo fascinerend: kolkend, donderend, stinkend.

 

 

_mg_0013_1Het kan hier zo ontzettend hard regenen. En dan staat het gewoon allemaal even stil.

 

 

 

_mg_0034

Alweer een leguaan. Deze is 2 maanden oud. Bij de Maleku´s,  Palenque Margarita.

 

 

_mg_0020_2

Ook in Palenque Margarita, bij die leuke mevouw met haar winkeltje. Lorre komt 3 x per dag eten halen. Verder vliegt ie vrij rond.


By on 20:14
panama foto’s

Panama_2

Imagen_039

Panamácity

Imagen_049

De luiaard die uit de boom viel, zo sneu.

Imagen_058

Het Panamákanaal, de sluizen bij Miraflores

_mg_01191In de bus in Panamácity, mooi beschilderd, mooie muziek, maar ze heten niet voor niets ´de rode duivels´.

_mg_0019_2

Geen leuke man, maar wel een hele mooie tattoo.

_mg_0024

Bij Chitré, het werd hier zo ontzettend snel vloed, binnen 10 minuten hoog water.

_mg_0244

en ze zongen: ¨padre Abraham, tiene hijos, muchos hijos tiene padre Abraham…..¨

_mg_0035

Eén van de vele mooie kerkjes.

Img_0200

heel veel lijden…

_mg_0004

volgens zeggen een acacia

_mg_0185

Een águila?

_mg_0013

Bij Pedasí, Isla Iguana. Een prachtig koraaleiland en goed te snorkelen.

_mg_0049

En ja, de Panamáhoed. Zo doe je dat dus als het regent.

 

 

 

 

_mg_0063

En zo, omdat je gewoon een hele leuke man bent.

Ineke_003_3

De tarantella; voor ons was het niet zo erg dat ie dood was. Gek idee dat ze hier zo rondlopen.

Ineke_019

al die mooie bloemen…..

Ineke_038

De was hing buiten bij de indianen´huisjes´. Meer foto´s konden we met goed fatsoen niet maken.

Ineke_027

Heel veel vlinders zie je hier. Ook die ene beroemde, grote, knalblauwe, de Morpho Azul. Maar ja, die laat zich niet op de foto zetten.

Ineke_040

Zakjes plakken op de koffiebranderij van Janson´s Estate.

_mg_0054

Het regenwoud, nationaal park bij Vólcan

_mg_0075

Wij in de bus en hij, ja, er bovenop. In de zak, kop eruit en rustig blijven liggen.

_mg_0239

Een kolibrie, Isla Bastimentos

_mg_0224

Bastimentos, het ernstig bedreigde rode kikkertje.

_mg_0244_1

Eén van de vele orchideeën

_mg_0113

Indianenhuizen aan de waterkant

_mg_0114

De kano's worden uit één boom gehakt

_mg_0135

Het spotten van de dolfijnen, zo leuk. Hier een moeder met jong.

_mg_0293_1
De grensovergang naar Costa Rica, Sixiola


By on 20:13
cuba foto’s

Cuba_kaart_2

Cuba_001

 

 

 

 

 

De allereerste stop tijdens de allereerste fietsdag. Hier waren aleen maar coches caballos, een soort paardentram. Heel bijzonder.

 

 

 

Cuba_002

De krokodillenfarm op het schiereiland Zapato.

 

 

 

 

Cuba_003

Tot zover zijn de Amerikanen gekomen tijdens de invasie van de Varkensbaai in 1963.

 

 

Cuba_004

De dagelijks was.

 

 

 

Cuba_005

En dan die overheerlijke ontbijten met heel veel overheerlijk fruit.

 

 

Cuba_006

De cangrejos, de krabben. Hier konden we al weer staan om foto´s te maken.

 

 

Cuba_007

Deze foto is gemaakt bij een restaurant dat ook veel krabben tot z´n bezoekers kan rekenen. Maar hier haddden ze veel compassie met de arme beesten en zodoende konden wij er ook wel weer anders naar kijken.

 

Cuba_010

Heel veel gieren in dit land. Hier verorberen ze een kalfje.

 

 

Cuba_011

Zo doe je dat met Bush.

 

 

 

Cuba_021

Ja hoor, ze rijden nog steeds. Soms ontzettende baggels, maar soms ook zo mooi en goed onderhouden. Een waar museum. Cubanen zijn er ook gek op.

 

 

Cuba_026

Onderweg naar Trinidad.

 

 

 

Cuba_028 In Trinidad.

 

 

 

 

Cuba_035

Op deze trein hebben we als heusche machinisten de loc bediend, zo leuk.

 

 

Cuba_048

Santiago de Cuba. Een markt en dus muziek én dansen.

 

 

 

Cuba_049                                                   

En Fidel kijkt mee.

 

 

 

_mg_05761 Bij Rachel, Frans z´n  docente Spaans van 10 jaar geleden.

 

 

 

Cuba_051

Zo verlegen.

 

 

 

Cuba_063

Souri, zij regelde dat we konden slapen in het hotel waar geen buitenlanders mochten overnachten. Dat was in Contramaestre, tussen Santiago de Cuba en Bayamo.

 

Cuba_062

Uitgenodigd bij Souri en haar familie. De eend is inmiddels gebraden. Wij zitten hier in de keuken en de hogedrukpan, kadootje van Fidel, staat op tafel.

 

Cuba_082

Ons dagelijks brood.

 

 

 

Cuba_095

Even een stop in de schaduw. En wat is dan fijner dan een bushalte met een bankje.

 

 

 

 

Cuba_096

Bij dezelfde bushalte.

 

 

 

Cuba_087

Nee het mag echt niet, óók niet lopen met de fiets aan de hand!

 

 

Cuba_088

José Marti, ook een hele grote held.
Bayamo.

 

 

 

 

Cuba_091

De ossenwagen. Zo te zien is het heel erg moeilijk om zo´n span te mennen. Je ziet ze veel bij tijden, ook veel bij het ploegen.

 

 

Cuba_097

Frans: ´En wat dóen jullie nou eigenlijk?´

 

 

 

Cuba_119

Tijdens ons bezoek aan een coöperativa, een collectief boerenbedrijf, bezoeken we dus ook het schooltje. Een eénklas-systeem, in dit klasje zitten de kinderen van 12-15 jaar.

 

 

Cuba_122

Ja, ze moeten soms heel lang en geduldig staan wachten.

 

 

Cuba_124

Een Casa Cultural waar de kinderen na (of tijdens) schooltijd uitgebreid oefenen in het ritma van de Son. Geen wonder dat het ze ´in het bloed zit´.

 

 

Cuba_134

Casa de Trova, Cienfuegos.

 

 

 

Cuba_145

Santa Clara, de bibliotheek in voorheen het paleis, prachtig.

Cuba_159

Mantanzas

 

 

 

Cuba_105

Zo maar onderweg, terwijl we een ananas kochten bij z´n vader.

 

 

Cuba_169

De enige lekke band die we plakten in Cuba was van deze meneer. Zijn band dus.

 

 

Cuba_150

De 1e mei. Onderweg, voorbij Santa Clara. Het lijkt net carnaval.

 

 

Cuba_174

Coppelia in Havana. Daar verkopen ze echt het lekkerste ijs van Cuba. En wij kunnen het weten want we hebben er veel geprobeerd.

 

 

Cuba_178

De Malecón, Havana. De boulevard is hier zes km. lang.

 

 

Cuba_188

De schoenmaker repareert Frans z´n sandaal.

 

 

 

 

Cuba_182

Havana, dit beeld zie je echt heel veel.

 

 

Cuba_210

Odillia (casa particular, Havana).

 

 

Cuba_220

Barry, de man van Odillia. Zó gek op z´n auto.

 

 

 

Cuba_223

En nog zo´n mooie…..


By on 20:11
nicaragua verslag

Nicaragua_2

Rivas, Nicaragua, 1 juli 2007
Met drie dragen vertraging gisteren aangekomen in Nicaragua. We zijn nu in Rivas, de eerste echte stad, een kleine veertig kilometer over de grens met Costa Rica. De drie dragen vertraging hebben we doorgebracht in La Cruz, de laatste stad in Costa Rica voor de grens. Dit onder andere omdat Frans alsmaar griep bleef houden. We waren deze dagen tegelijkertijd ook in Nederland. Vanwege het weer: Het was echt koud, het stormde en de regen viel in immense hoeveelheden. Bar en boos. Maar ook vanwege het nieuwe huis dat we plotsklaps de vorige week gekocht hebben. Druk met mailen naar Nederland, nadenken over meer- en minderwerk, ons druk maken over een keukeninrichting, enzovoort. Dagen achter elkaar de beste klant geweest in het plaatselijke internetcafé. Dus wat het nieuwe huis betreft kwamen die dagen oponthoud zeer goed uit.

Maar nu zijn we weer helemaal op weg. Gisteren de grens overgegaan. Een interessante operatie. Eerst de uittocht uit Costa Rica. Aan één loket zat een stempelende meneer voor de uitreisstempels. Buiten stond een gestaag groeiende rij wachtenden, uiteindelijk tot zover als we konden kijken, een paar honderd meter ver. Buiten, vlakbij het loket, vormden zich twee à drie alternatieve rijen van mensen die om wat voor reden vonden dat ze voorrang hadden, bijvoorbeeld omdat ze kinderen bij zich hadden of mank liepen. Mensen die vaak luid schreeuwden en riepen en met paspoorten zwaaiden. Bij de ingang van het loket stond een politieman die eens in het kwartier een klein clubje mensen binnenliet. Voor een klein deel uit de lange rij wachtenden en voor een groot deel uit de alternatieve rijen, veelal mensen met een Costa Ricaans paspoort. De lange rij wachtenden bestond voor een groot deel uit Nica´s, mensen uit Nicaragua, met een baantje in Costa Rica. Vanwege een korte vakantie in Costa Rica wilden ze even het thuisland bezoeken. Zeker weten dat een groot deel van hen gisteren de grens niet is overgekomen. Wij hadden geluk, zoals een Nicaraguaan tegen ons zei toen we – na twee uur wachten – door een douane-man uit de rij gepikt werden en de wachtruimte voor het loket werden ingeloodst. We hebben het gretig geaccepteerd, moe als we waren, Frans nog steeds grieperig en nog een stevige fietstocht in het vooruitzicht.

De stempel was bij ons zo gezet, bij anderen duurde dat veel langer. En vervolgens, na een kilometer niemandsland, wenkt de Nicaraguaanse grens. Daar hadden we een visum voor nodig. Via het Costa Ricaanse loket hadden we daarvoor een wit papier gekregen. Echter, de eerste Nica-douanier die ons onder ogen kreeg, vroeg onze paspoorten. Hij bezag met zijn gezagvolle blik die witte papiertjes en zei ons dat die niet goed waren. We moesten gele hebben. "En de meisjes daar (achter hem) die konden ons er wel aan helpen". Die wilden ons inderdaad zo’n geel frommelpapiertje verstrekken maar alleen tegen een stevige fooi. Geen probleem, vonden wij, want zo´n papiertje heb je nodig. We vullen keurig deze formuliertjes in en gaan vervolgens opgewekt het volgende Nica-douanekantoor tegemoet, een paar honderd meter verderop. Hier gelukkig een bescheiden rij. En als we na een half uurtje aan de beurt zijn wacht ons de verrassing die je eigenlijk van te voren kunt uittekenen: Die gele papiertjes zijn niet goed, we hadden de witte nodig.

En zo duurde onze grens-overgang al met al een uur of vijf. Maar toen waren we ook echt helemaal in Nicaragua. Oh neen, toch nog niet; we moesten eerst nog een extra documentje kopen aan een ander achteraf gelegen loket dat we bij toeval vonden. Dit papier was nodig om door de aangrenzende gemeente te mogen fietsen. Maar toen waren we er echt helemaal.
En met heel veel genoegen. Eerste indruk: wat is Nicaragua toch een veel leuker land dan Costa Rica. De muziek is weer zoals het hoort, gewoon latijns amerikaans. En niet, zoals in Costa Rica, een waterige mix van Amerikaanse deunen, softe latino muziek, rap en reggaeton. De mensen hebben onderling veel plezier, er wordt veel meer gelachen, er is levende muziek in de cafés. De steden hebben sfeer, mooie koloniale huizen en heel veel kleur. En, niet te vergeten, overal weer schommelstoelen en hangmatten bij de huizen waar grif in geschommeld en gehangen wordt. In Costa Rica is het de natuur. In Nicaragua zijn het ook de mensen die maken dat wij het erg naar de zin hebben. Mensen hebben vaak weer tijd en zin in een praatje. Je voelt je niet meer alleen bekeken als toerist. En we horen nu de vooroordelen van de andere kant: Nicaraguanen zijn in de ogen van de Costa Ricanen lui en onbetrouwbaar. Ze zijn soms gevaarlijk en brengen de misdaad in het land. Costa Ricanen, zo horen we nu, zijn in de ogen van de Nicaraguanen oppervlakkig, hooghartig, gestresst en erg uit op geld.
Maar ook in een ander opzicht zijn de veranderingen enorm. Je merkt onmiddellijk dat je het rijkste land in Centraal Amerika verlaat en dat je het één na armste land (na Haïti) binnengaat. De huizen zien er in Nicaragua veel meer vervallen uit, de mensen zijn armoediger gekleed. De voorzieningen zijn veel slechter, veel huizen hebben bijvoorbeeld geen water. De armoede is voor een deel nog steeds het gevolg van een boycot en blokkade (incl. medicijnen en voedsel) die indertijd de regering Reagan had ingevoerd nadat de heer Somoza senior eindelijk was vermoord. Hij liet landbezit achter ter grootte van een land als El Salvador. En meer dan vijftigduizend doden. Maar er is nu in ieder geval veel vrolijkheid en swing in het land. We hebben veel associaties met Cuba. Alleen, het is al net als in Panama en in Costa Rica: de gringo´s zijn overal. Frans moet regelmatig zijn allergie voor het overluid hoorbare Amerikaanse geknauw  onder controle zien te houden. Het grijpt je bij de oren en bij de lurven.

We hebben vandaag ook gebruikt om onze verdere reisplannen in Nicaragua wat te concretiseren. We hebben besloten om vooral om het meer van Nicaragua te gaan reizen, een enorme binnenzee. Oppervlakte bijna Nederland.  Er leven haaien in deze zee die dol op mensenvlees schijnen te zijn (geen fabeltje). Ze zwemmen vanuit de Atlantische oceaan de Rio San Juan door en het meer in, zijn in staat zich aan te passen aan het zoete water.

We willen er naar verschillende eilandengroepen gaan. Duim maar flink voor ons met die gammele ferries. Een flink deel zullen we met de bus moeten doen maar dat heeft ook als voordeel dat we wat minder weer-afhankelijk zullen zijn.


Masaya, 7 juli

Gisteren aangekomen in deze interessante stad. Eén van de steden waar indertijd de Sandinistische opstand tegen het regime van de Somoza clan zijn wortels vond. Vooral geïnitieerd door de lokale indianengemeenschappen in deze stad.

De afgelopen drie dagen brachten we door op het eiland Ometepe. Een bijzonder eiland, bestaande uit twee vulkanen, verbonden door een smalle strook laagland. De hoogste vulkaan, Concepción, is nog actief en heeft zo nu en dan een kleine – en soms een wat grotere – uitbarsting. De bewoners blijven er tamelijk laconiek onder. Ometepe ligt in het meer van Nicaragua, een enorm binnenmeer dat ongeveer half Nederland beslaat. Ometepe is het grootste eiland ter wereld dat in een zoetwater-meer ligt. Het zal ongeveer de grootte hebben van ons eiland Tessel. We hebben er onder andere een dag fietsend doorgebracht, soms zwaar klimmend en ten dele over onverharde wegen. Sommige delen van het eiland zijn erg toeristisch, het is een echte trekpleister. Maar in veel van de dorpjes vlak aan ´zee´lijkt het leven stil te staan. Overal lopen de paarden op eigen houtje door de straten, op zoek naar hun kostje, en ook varkens en koeien scharrelen in volledige vrijheid rond. Tientalle vrouwen doen de was een eind buitengaats in het meerwater waar ze primitieve ´tafels´hebben geconstrueerd waarop het werk wordt gedaan, de vrouwen in lange jurken tot aan hun middel in het meer. Ometepe is ook de plaats waar we voor het eerst bestolen zijn. Bij een finca waar we met de fiets naartoe geklommen waren om petrogliefen te bekijken. We lieten de fietsen achter met een rugzakje onder de snelbinders en de kilometerteller van Ineke nog op het stuur. De ecologische finca ademde zoveel rust en sereniteit uit dat we dachten ons dit te kunnen permiteren. Na een wandeling van een uur, teruggekomen bij de fietsen, miste Ineke haar kilometerteller. Maar de rugzak zat nog net zo keurig op de fiets als toen we weggingen. Toch maar even openmaken en de inhoud onderzoeken. Na veel denken en puzzelen bleek onze verrekijker verdwenen en een brood (!). Alle andere zaken, voornamelijk kleren, waren nog aanwezig. Bij Frans was de spin van de fiets gehaald. Toen we terugkwamen van onze wandeling liepen er drie jongens rond te schuimen nabij de fietsen, één was te paard. Ze gingen er gelijk als een speer vandoor, de jongen te paard meteen in galop. Achteraf begrepen we waarom. We hebben het maar zo gelaten. Alleen met de mensen van ons eigen hotel in Ometepe afgesproken dat ze de finca-eigenaar op de hoogte zouden stellen.

Na een nieuwe griep-hobbel, dit keer was Ineke de pineut, terug naar het ´vasteland´en op de fiets naar Masaya wat voor Ineke nogal een klus was omdat de conditie toch nog wat haperingen vertoonde. Maar door kalm aan te doen kom je op zo´n moment een heel end.

Inmiddels worden we in Nicaragua geconfronteerd met veelvuldige stroomuitval, dagelijks gedurende een uur of vijf. Het schijnt de vorige week begonnen te zijn. Onduidelijk is nog waardoor dit gebeurt. Schuldige is Union Fenosa, de spaanstalige onderneming die eigenaar is van de stroomvoorziening in Nicaragua. Tot voor kort bezaten ze ook een groot deel van de stroomvoorziening in de Dominicaanse Republiek. Ook daar begonnen met Union Fenosa de stroomuitschakelingen. In Spanje zijn er regelmatig grootschalige protesten tegen de praktijken van dit bedrijf.

Nicaragua is nog absoluut niet op deze langdurige stroomonderbrekingen ingeregeld. In de ´marktsector´ waarin onze hotels liggen is er bijvoorbeeld nauwelijks één die een aggregaat heeft om de uitval op te vangen. Dat betekent ´s avonds op de kamer schemeren bij kaarslicht en zonder enige verkoeling. Op straat scharrel je voort in het pikke donker (al vanaf zes uur ´s avonds), zorgvuldig tastend en je hoedend voor de talloze gaten en kuilen. En regelmatig vallen in het internetcafé computers plotseling uit waardoor je weer opnieuw kunt beginnen met het werk waar je mee bezig was. Erg handig als je net een huis hebt gekocht en van alles daarvoor moet regelen.

Maar verder is het hier toch weer heerlijk. Met leuke mensen, veel vrolijkheid en bijzondere steden met mooie koloniale gebouwen. Maar ook met veel zwerf- en straatkinderen. Waarvoor natuurlijk talloze hulpprojecten vanuit Europa en de Verenigde Staten worden opgezet. Nicaragua is nog steeds een land dat heftig wordt geknuffeld door allerlei alternatieve groeperingen en via stedebanden (o.a. Nijmegen – Masaya, Utrecht – León). Twee weken geleden nog was Koenders op bezoek, ook hier in Masaya, om de Nederlandse solidariteit te betuigen aan de nieuwe regering van de vroegere Sandinistische held Ortega. Daniël, zoals hij door zijn aanhangers liefdevol wordt genoemd, is echter niet onomstreden. Er wordt met veel wantrouwen naar zijn daden gekeken. Zijn imago wordt enigszins dat van opportunist. Met argusogen wordt gekeken hoe hij de huidige energiecrisis gaat aanpakken.

Masaya, 9 juli

We zijn er nog steeds, in Masaya, de stad bevalt ons. Gisteren hebben we een dagje ´strand´gedaan en gezwommen in een kratermeer, hier een kilometer of tien vandaan. Heerlijk warm water, soms met golven extra warmte, soms even iets frisser. Tot er een gigantische regenbui aankwam zetten van over de kraterwand over het meer. Een spectaculair gezicht. Binnen vijf minuten was de overkant van het meer onzichtbaar geworden en was er een muur van water overal om ons heen.

En, heel bijzonder, de laatste paar dagen zijn we regelmatig opgetrokken met Abby. Abby is een ongelooflijk vitale Nicaraguaanse indiaan van 77 jaar. Hij is arts en jurist, een zeer erudiete man, en heeft zijn hele leven gewijd aan de emancipatiebeweging van indianen op mondiaal niveau. Verder heeft hij veel gewerkt als mediator bij grote internationale geschillen, met name in Afrika. Abby is als klein kind in de dertiger jaren gevlucht toen de Simoza´s begonnen met de vervolging van indianen in Nicaragua. De indianen die een belangrijke steunpilaar waren voor de toen groeiende sandinistische beweging. Hij vluchtte met zijn grootvader naar Canada maar leeft nu sinds zeven jaar weer helemaal in zijn geboorteland. Hij heeft veel gereisd, aan veel universiteiten gedoceerd en is ook een aantal keren wat langer in Nederland geweest. Hij kan prachtig vertellen. Hij is nu op zijn 77e jaar met een aantal medestanders een nieuwe universiteit per internet gestart voor Nicaraguaanse indianen. Een universiteit die gelieerd is aan een aantal bestaande universiteiten in Nicaragua vanwege de erkenning. Er wordt gewerkt met docenten die wonen in een groot aantal verschillende landen. Een zeer bijzondere, uiterst sensitieve en empathische man die ons veel vertelt over de filosofieën en levensuitgangspunten van zijn volk. Hij vertelt ons over van alles, bijvoorbeeld over de projecten die ze, samen met Europese instanties, indertijd in een aantal Europese landen hebben gedaan, om ontbossing en zure regen tegen te gaan. Zij met hun benadering en de Europeanen op de klassiek Europese wijze. Zijn conclusie was dat effectmetingen hadden aangetoond dat de indiaanse aanpak verreweg de beste was en dat dit ook zo door de Europese landen was erkend. Hij zegt dat als het gaat om beheer van bossen veel westerse landen indiaanse benaderingen in hun eigen aanpak integreren. Het is maar dat we het weten.

Hij vertelde nog een prachtig verhaal over een heel bijzondere ontmoeting. Heel in het kort komt het hier op neer: Ergens in het begin van de tweede wereldoorlog voer hij met zijn grootvader in Canada op een rivier. Ze kwamen voorbij een prachtig landhuis, verscholen achter treurwilligen. Op een gegeven moment zei grootvader, die medicijnman was, "we moeten terug, de oude dame in het grote huis heeft me nodig". Ze keerden terug naar dat grote landhuis en werden ontvangen door een jonge mevrouw die omringd was door bewakers. Abby, die moest tolken, vroeg in opdracht van grootvader naar de moeder van mevrouw, die ziek zou zijn. De mevrouw was erg verbaasd dat de man kennelijk wist dat er nog een oude mevrouw in huis was en liet haar moeder roepen. Er kwam een statige oudere dame de trap af, armen over de borst gekruist. Grootvader wist contact te krijgen met de oude dame over een aantal van haar klachten. Gedeeltelijk met behulp van Abby, gedeeltelijk nonverbaal. De beide dames raakten geïmponeerd door de kennis van grootvader. Bij het afscheid wilden ze geld geven maar dit werd nadrukkelijk geweigerd door grootvader. De jonge mevrouw vroeg vervolgens aan Abby of die nog broertjes en zusjes had en kwam met een paar muziekinstrumentjes aanzetten.

Meer dan dertig jaar later, rond 1975, is Abby een bekende internationale activist die opkomt voor indianenbelangen. In het kader daarvan bezocht hij als jurist een meerdaagse bijeenkomst van deskundigen over indianenrecht in Den Haag bij het internationaal hof van justitie. Aan het afsluitende diner van deze bijeenkomst nam ook Juliana deel, samen met Beatrix. Ze raakte in gesprek met Abby, vroeg hem over zijn levensgeschiedenis en nodigde hem uit voor een vervolgontmoeting. Tijdens die ontmoeting stelde ze hem op een gegeven moment de vraag: "Hebben jullie die klompjes nog die ik jullie indertijd gegeven heb". En toen werd alles duidelijk: De dame met haar statige moeder die Abby met zijn grootvader in Canada in het grote huis hadden ontmoet, waren Juliana en Wilhelmina geweest die in die tijd in Canada woonden. En de muziekinstrumentjes die ze toen gekregen hadden waren hollands klompjes geweest.

Masaya, 13 juli 2007
We zijn weer terug in Massaya na een driedaags uitstapje met de bus. We zijn naar de Caribische kant van het land geweest, de stad Juigalpa bezocht en van daaruit de bergachtige binnenlanden in naar het geïsoleerd liggende plaatsje Santo Domingo. Daar hebben we twee dagen doorgebracht. De tocht er naar toe is op zich al een belevenis. Een oud busje brengt ons (veertig kilometer ver, een tocht van twee en een half uur), laverend door de vette modder-met-stenen over deze onverharde weg. We gaan slingerend, hobbelend en botsend naar boven, de bergen in. Onderweg passeren we het dorpje La Libertad, geboorteplaats van de vroegere Sandistische aanvoerder én huidige premier Daniël Ortega. La Libertad heeft een band met ons Nederlandse Doetinchem, zo lezen we tot onze verrassing op een bord aan de buitenkant van het plaatsje.
Santo Domingo zou zo weggeplukt kunnen zijn uit een ouderwetse cowboyfilm. Het is een stadje dat leeft van de goudmijn die er vlakbij ligt. Daar werken zo´n vierhonderd mannen. Doel van ons bezoek was die goudmijn. Andere werkgelegenheid is er eigenlijk niet. En de armoede is overal op schrijnende manier voelbaar. Als buitenstaanders voelen we ons daarbij soms slecht op ons gemak. We verblijven in het hotelletje ´Bar Hotelito San José´ en hebben daar, eufemistisch gezegd, een uiterst eenvoudig onderkomen tot onze beschikking. Het contact met de señora van het hotel is echter uitstekend. Het is een fiere dame die met verve haar koninkrijkje bestuurt. Als we de volgende ochtend willen ontbijten wil ze voor ons een comida tipica (speciaal van de streek) maken. Met crema, een soort zure room. We vinden het goor en geven aan dat we het niet zo lekker vinden. Waarom mevrouw met schelle stem naar de kokkin achterin het etablissement roept: "No les gusta!!", "Ze lusten het niet!!". De schat. Maar als we haar vertellen dat we de goudmijn willen bezoeken, reageert ze enthousiast. Haar schoonzoon werkt er en wil ons vast wel meenemen. Zo gaan we de volgende dag op stap, samen met schoonzoon, zijn vrouw en hun dochtertje. De mijn is niet ver, ruim een kilometer klimmen door de klei en het water (want het regent weer volop).

De mijn blijkt een coöperatie te zijn, bestaande uit een groot aantal groepjes van vijf mannen die elk een mijnschacht exploiteren. Voorheen was deze mijn Amerikaans bezit maar indertijd onteigend door het Sandinistische bewind. Men graaft uit de schacht de goudhoudende grond op. De verdere bewerking, het selecteren van het goud, gebeurt gezamenlijk. Ieder groepje werkt in eigen beheer en voor eigen rekening. Men verkoopt het eigen goud. Van de opbrengst worden de kosten voor de bewerking afgetrokken en vervolgens wordt de rest verdeeld.

We klimmen eerst naar ´de machine´ zoals deze wordt genoemd. Hier wordt  het goud gescheiden van de grond. De machine werkt telkens acht uur voor een bepaalde groep. De gehanteerde methodiek is van een eeuw geleden. Zo oud is ook de machine, oorspronkelijk neergezet door die Amerikaanse maatschappij. De machine bestaat uit een viertal machinaal aangedreven enorme stampers en zware stenen die ronddraaien. Zo wordt de aarde verpulverd. Er wordt water aan toegevoegd en dit mengsel wordt vervolgens door een grote glijbak geleid. Deze glijbak wordt met kwik ingesmeerd. Het aanwezige goud bindt zich aan het kwik. Dit kwik-goud mengsel blijft achter in de glijbak. Vervolgens wordt in een andere ruimte door verhitting het kwik weer gescheiden van het goud. We staan er met onze neus boven op en zien geleidelijk de goudbolletjes vrijkomen. De overblijvende aarde wordt weggespoeld naar een riviertje. Andere bewoners van het stadje gaan hier weer op zoek naar achtergebleven goudrestjes. Fascinerend om te zien hoe met behulp van deze ongelooflijk ouderwetse en gammele hulpmiddelen dat dure goud wordt gewonnen.

Vervolgens klimmen we verder omhoog, op weg naar de schachten. Ze zijn tussen de vijf en twintig en vijftig meter diep. We ontmoeten bij één van deze schachten één van de groepen van vijf. De verticale schacht heeft een doorsnee van een centimeter of zestig in het vierkant. Daarin dalen drie van de vijf mannen af, hangend aan een touw, steunend met een voet in een lus. Maar voordat ze afdalen moet eerst zorgvuldig het mijngas worden verwijderd. Dit gebeurt met een grote pomp met vliegwiel. Door aan een grote zwengel te draaien wordt zuurstof in de schacht en de gangen gepompt en komt het gas naar buiten. Met behulp van een carbidlamp die eerst aan het touw naar beneden wordt gelaten, wordt gekeken of het gas voldoende uit de mijn is verwijderd: Als de lamp uitgaat is er nog gas aanwezig, blijft de lamp branden, dan is het beneden veilig. En dan kunnen de mannen dus afdalen. De twee anderen blijven boven achter om te zorgen dat er doorlopend voldoende zuurstof naar beneden wordt gepompt. Verder moeten deze twee de goudhoudende aarde van beneden ophijsen en natuurlijk ook de mannen die beneden aan het werk zijn, weer naar boven halen als dat nodig is.

Als de drie beneden zijn is het natuurlijk raak: De vraag aan Frans of hij ook naar beneden wil. Dat is wel slikken. Maar natuurlijk ook heel spannend en fascinerend om te doen. Hij wil het wel eens meemaken hoe het is om daar diep onder de grond door die gangen te kruipen. En dus gaat ook Frans naar beneden. Inderdaad een heel speciale ervaring. Afdalen in een steeds diepere duisternis. Tot bijna beneden aangekomen, er een klein beetje licht zichtbaar wordt: de carbidlamp. Het is er warm, benauwd en uiterst smal allemaal. Kruipen en bukken door de gangetjes die net een man-breed zijn. En de zuurstofpijp is soms ver weg. De mannen moeten grotendeels op hun knieën het werk doen. Met pikhouweel en spade wordt de grond losgegraven en in emmers gedaan. Elk uitgegraven stuk wordt opnieuw gestut met boomstammetjes en dikke takken. Men is druk doende om in één van de gangen nog weer een schacht van tien meter verder naar beneden te maken. De mannen werken acht uur aaneen ondergronds. Zonder eten. Ze hebben alleen drinken bij zich. Zo wordt heel voelbaar hoe onnoemlijk zwaar dit werk is. Maar ook heel zichtbaar hoe sterk deze mannen zijn, ook mentaal. Met veel ruimte voor grappen. Er wordt zelfs daar diep onder de grond midden in die intense benauwenis soms uitbundig gelachen.

De volgende dag wordt duidelijk dat er een tijdbom onder de coöperatie tikt. Het blijkt dat enige tijd geleden de eigenaren van de grond waarop de mijn is gelegen en die ook de concessies aan de coöperatie hebben verleend, hun eigendom hebben verkocht. Aan iemand ´van heel ver´, niemand die weet wie dat is. We hebben het niet allemaal kunnen begrijpen, het dialect dat deze mensen spreken is erg lastig om te verstaan. Maar er zouden afspraken gemaakt zijn over overdracht van concessies en voor uitbetaling van bepaalde bedragen aan de coöperatie. Het schijnt echter allemaal uiterst onzeker te zijn, van die afspraken lijkt weinig terecht te komen en mogelijk komt er op korte termijn een einde aan het bestaan van deze unieke coöperatie. Mogelijk dat er dan een buitenlandse eigenaar komt waar de mannen voor moeten gaan werken. Met als neveneffect dat de situatie weer net wordt als hij hier vroeger was: Het geld verdwijnt voor een groot gedeelte in de zakken van de buitenlandse bazen.

San Carlos, 17 juli 2007
Vanmorgen om zes uur aangekomen met de ferry vanuit Granada in dit havenstadje, prachtig gelegen aan de zuidkant van het meer van Nicaragua aan de mond van de Rio San Juan. De Rio San Juan, we hadden het er al eerder over, de grootste rivier in het land en ten dele grensrivier met Costa Rica. Het is de verbinding van Nicaragua met de Atlantische Oceaan. Vroeger van groot handelsbelang. San Carlos was erg welvarend. Nu is daar weinig van over en is er veel armoede. Toch wordt het stadje van minstens drie kanten  geknuffeld door vriendschapsbanden met Europese steden, waaronder ons nederlandse Groningen. Daarnaast lopen er nog talrijke andere internationale steunprojecten.

De reis naar San Carlos betekent dat we op de terugreis zijn naar Puerto Limon in Costa Rica waar vandaan begin augustus onze vrachtboot vertrekt naar Europa. Voor degenen die ons hier naar vroeger: Dit betekent dat we nu niet verder naar het Noorden gaan. Het ontbreekt ons aan tijd. Het lijkt ons beter om nog een keer terug te komen want wij vinden het land op een prettige manier erg bijzonder.

De boottocht met de ferry over het Lago de Nicaragua duurde ongeveer vijftien uur, we voeren in lengterichting het meer over.  Een prachtige tocht, toevallig met schitterend weer en een unieke heldere sterrenhemel.

De dag daarvoor in Granada doorgebracht, gelegen aan de Noordwestkust van het meer. Het is vanwege zijn eenwenoude architectuur een toeristentrekpleister bij uitstek. Maar het is niet onze stad. Er lopen veel te veel toeristen rond, er rijden veel te veel foute auto´s en daartussendoor zijn er veel te veel straatkinderen, lijmsnuivertjes. Overal hangen ze rond of liggen ze hun roes uit te slapen. En wij kunnen er niets mee. En dat voelt heel pijnlijk.

Onze laatste dag in Masaya hebben we het vulkanencluster daar vlak in de buurt verrast met een bezoek. Met name de vulkaan Santiago is interessant omdat deze nog steeds actief is met een dikke rookpluim en veel giftige gassen. Zes jaar geleden was er een stevige uitbarsting. En soms, onverwacht, komt er weer van alles naar buiten. De bedoeling is dan dat bezoekers zo goed mogelijk dekking zoeken maar daar zijn verder geen faciliteiten voor. We kijken pal in de scherpe ronde krater en in de dampende gaten. De aanblik evenaart wat we in Costa Rica bij de vulkaan Poas zagen. We konden met een gids en een paar studenten een lavagrot in die min of meer uitmondt in deze krater. Er leven talloze vleermuizen van verschillende soorten ondanks de giftige gassen die hier regelmatig hangen. Bij het licht van de zaklantaarns vliegen ze alle kanten op. We hadden nu geluk, er was geen gas. Is dat er wel, dan moet je met gasmakker op de grot in.

In Masaya nemen we ook afscheid van Abby, we gaan met hem eten en we zijn wederzijds ontroerd door dit bijzondere contact.

San Carlos, 23 juli

Vanmorgen vroeg teruggekeerd in San Carlos van ons tweede uitstapje dat we doen vanuit dit havenstadje.

Ons eerste tochtje de afgelopen week betrof een tweedaagse trip de Rio San Juan op, richting Caribische kust. Na veertig kilometer kom je dan uit in het dorpje Bocas de Sabalos, gelegen aan de monding van de Rio Sabalo, daar waar deze uitmondt in de Rio San Juan. En ons hotel, voor ons doen zeer luxe, is gelegen precies op die hoek, boven het water. Prachtig uitzicht, het is er heerlijk. We maken er wandelingen het dorp uit en de heuvels in. En we aanschouwen het leven op en om het water. Een enorm varken, pas geslacht, hangt aan de achterpoten bij de rivier om ´uit te lekken´. De kop licht ernaast. Voor ons een ongebruikelijk tafereel, maar hier dagelijkse kost. We zien hoe koeien over het water worden getransporteerd, vastgebonden aan hun kop, hangend naast een varend bootje en zwemmen maar. Trappend en slaand met de achterpoten en lang niet altijd even bereidwillig. Een hertachtig dier, aan de kop te zien, zwemt de enorme Rio San Juan over, wat een afstand. Ook voor hier kennelijk een bijzondere gebeurtenis want iedereen kijkt ernaar en is verbaasd. Het plaatselijke botenbouwertje die houten pancha´s bouwt blijkt een driftig en dominant baasje maar niet onaardig. Hij blijkt ook de plaatselijke hoeder van de eerbaarheid en moet alle hem ter ore komende gevallen van mishandeling en misbruik melden aan de burgemeester en het bevoegd gezag. En moet zorgen dat er actie wordt ondernomen. Niet gemakkelijk want de burgemeester denkt meer aan het eigen dan aan het algemeen belang, zo zegt hij. En voegt er aan toe dat deze burgemeester naar niemand wil luisteren, alleen maar naar hem. En we kunnen ons daar alles bij voorstellen als we hem zo een tijdje aanhoren. 

De volgende dag gaan we door naar het Fortaleza van El Castillo, een plaatsje met een fort dat de rivier dient te bewaken en dat een grote geschiedenis heeft. We zien het aan en bedenken ons wat zich hier allemaal heeft afgespeeld. Verder vragen we ons af hoe het mogelijk is dat indertijd grote schepen hier door de stroomversnellingen en ondieptes konden komen. Er zijn verschillende theorieën over. Niemand kent de waarheid. Het fort is in de zeventiende eeuw gebouwd, in eerste instantie om piraten tegen te houden. Ze kwamen vanaf de Caribisch zee en bedreigden vervolgens via het Lago de Nicaragua handelssteden als Granada die hier aan het meer zijn gelegen. In een latere fase moest het fort de Engelsen tegenhouden die ook wel brood zagen in al het fraais dat Nicaragua te bieden heeft. Nog in de jaren tachtig van de afgelopen eeuw is rondom het fort bloedig hard gevochten tussen Sandinisten en Contra´s. De haaien, die altijd rijkelijk door de Rio San Juan gezwommen hebben, hebben in dit stuk van de rivier altijd royaal hun voedsel kunnen vinden.

Na terugkeer in San Carlos zijn we de volgende ochtend doorgegaan naar de Islas de Solentiname. Een afgelegen archipel, in het meer gelegen op een kilometer of twintig vanaf San Carlos. Tot in de jaren zestig stonden de eilanden niet op de kaarten. Ze hebben bekendheid gekregen nadat Ernesto Cardenal zich hier had gevestigd. Cardenal is een geëngageerd socialistisch priester, regelmatig gekapitteld en op zijn nummer gezet door de roomskatholieke paus. Hij is tegelijkertijd dichter en schilder. Onder andere de regisseur van de teksten van de Misa Campesina, gebaseerd op verhalen van de eilandbewoners. Hij heeft veel bijgedragen aan de economische ontwikkeling en de bewustwording van de mensen. Dat laatste heeft overigens niet altijd in hun voordeel gewerkt. Veel jongeren werden opstandig onder het Somoza regime. Dit leidde in 1977 tot een aanval op de kazerne van de Somozatroepen in San Carlos.  Natuurlijk werd die aanval afgeslagen en Somoza nam wraak. Een paar weken later werden de eilanden gebombardeerd. De hele infrastructuur werd vernietigd en een paar naaste medewerkers van Cardenal werden geëxecuteerd. Alle bewoners van de archipel vluchtten in kleine bootjes naar Costa Rica.

Nadat de Sandinisten aan de macht kwamen, is de bevolking geleidelijk aan teruggekeerd. Cardenal is minister van Cultuur geworden onder de eerste Sandinistische regering.

Geinspireerd en gestimuleerd door Cardenal is de bevolking aan het schilderen en dichten geslagen. Nu zijn de eilanden bekend om hun eigen stijl primitieve schilderkunst. Verder wordt er veel artesania gemaakt.

Er komen maar weinig toeristen. Er gaat drie keer in de week een bootje naar toe. En wij gaan met graagte mee op vrijdag en de maandagochtend weer terug. We treffen een verzameling eenvoudige huisjes aan, in rij langs het meer. Electriciteit is er niet. Sommige huisjes hebben stroom via zonnepanelen. Anderen doen het met kaarsen en olielampen. We logerenen in een uiterst eenvoudige hospedaje aan het meer met prachtige uitzichten. De kamertjes zijn van hardboard getimmerd onder een zinken dak. En als je buren hebt dan weet je dat. En zij ook. Zeker als de buurman snurkt.

We maken een paar stevige wandelingen en ontmoeten verschillende van de eilandmannen, een uiterst feminine soort, soms echte lieverds. Julio, onze huisbaas, kookt onze maaltijden en zijn vrouw die in het plaatselijke museumpje werkt, helpt hem daarbij. We bezwijken voor de plaatselijke overdaad aan artistieke producten en doen de nodige (overbodige?) aankopen. De laatste dag willen we nog een paar uur naar een nabijgelegen eiland, het eiland waar Cardenal heeft gewoond en nog steeds regelmatig terugkeert. Het kost wat moeite om iemand te vinden die ons voor een redelijke prijs wil brengen en weer wil halen. Men heeft de zaken wat dat betreft goed georganiseerd. Onderling zijn er harde afspraken gemaakt over wie wat doet met de toeristen en wat het moet kosten. Maar goed we maken ons tochtje, bezoeken het prachtige kerkje dat Cardenal heeft gebouwd met mooie kleurrijke schilderingen van de eilandbewoners. We gaan ook zijn huis binnen, je kunt er altijd in, de sleutel zit altijd in het slot. Ja en natuurlijk nemen we even plaats op zijn schommelstoel en genieten van het zelfde uitzicht als hij heeft. We voelen ons even heel interessant.

Vanmorgen vroeg om vijf uur weer met het bootje terug naar San Carlos. Samen met een Spaans en een Amerikaans stel die de laatste dagen ook bij ons in de hospedaje verbleven. Met name de Amerikanen blijken leuke mensen. Heel prima om mee te praten. Erg goed om de vooroordelen jegens Amerikanen, die de laatste maanden sterk zijn gegroeid, te relativeren. 

En, schrikken, dit is onze laatste Nicaragua-dag. Morgen gaan we met een bootje de grens over naar Costa Rica. De terugreis is nu echt begonnen.


By on 19:29